Coronacrisis maakt van bezoekrecht juridische twistappel

Het bezoekrecht in woonzorgcentra (WZC’s) en bij uitbreiding ook in ziekenhuizen wekte geregeld spanningen op tijdens de pandemie.
“We moeten hierbij twee waarden afwegen”, verduidelijkt meester Nils Broeckx. “Enerzijds is er het recht op bezoek. Een ziekenhuis moet over een bezoekreglement beschikken. Dat bezoekrecht kan wel (proportioneel) beperkt worden om volksgezondheidsredenen of om de fysieke integriteit van anderen te beschermen. Het valt aan te bevelen om geen absoluut bezoekverbod in te lassen zonder dat terdege te verantwoorden, en dat uit te werken in een algemeen of huishoudelijk reglement.”
Inmiddels is trouwens een eerste conflict over het bezoekrecht in een WZC uitgesproken in kort geding, meldde De Specialist. WZC Zonneweelde uit het Antwerpse Rijmenam haalde het van de resident en diens familie in kwestie.
De bewoonster en haar familieleden meenden dat de regeling van de instelling een overdreven inperking inhield van hun grondrechten zoals het recht op privacy. Ze vonden de maatregelen in het WZC ook disproportioneel.
De voorwaardelijke mogelijkheid voor de resident om direct naar huis te gaan op familiebezoek, naar het enige knuffelcontact dat de federale regel op dat moment toestond, werd door de familie aangevallen. Vooral de voorwaarde dat de resident bij terugkomst naar het WZC in een soepele en flexibele kamerisolatie van zeven dagen moest om besmettingsgevaar te vermijden, schoot in het verkeerde keelgat. Kamerisolatie die de instelling later in een nieuwsbrief versoepelde. Viel de discussiegrond dan weg? Niet helemaal voor de familie die verder procedeerde en zich toespitste op het principe van de ‘avondklok’: de bewoonster moest na het familiebezoek immers terugkeren naar het WZC voor 16.30u.
Maar de familie en de bewoonster kregen dus ongelijk in kort geding. Volgens de rechter mag een WZC ‘pragmatische regels’ uitvaardigen zoals verplicht tijdig naar de instelling terugkeren. Meester Lemmens, die de zaak bepleitte voor de instelling, stipt enkele interessante passages uit de beschikking van de rechter aan: voor een ‘avondklok’ kan men altijd afspraken maken, dus dat is geen punt; verder is onvoldoende aangetoond dat het WZC een disproportionele maatregel nam. De dringendheid werd ook onvoldoende hard gemaakt om een kort geding te beginnen. Tevens moest de bewoonster in kwestie aantoonbaar mentaal en fysiek achteruitgegaan zijn wegens de coronamaatregelen, vooral dan door de opgelegde kamerisolatie (‘sociaal isolement’). Wat niet bewezen kon worden.
Uiteraard kan de eisende partij nog een procedure ten gronde beginnen. Maar de argumentatie van deze rechter in zijn beschikking zal die klagers wellicht twee keer doen nadenken.
Voorlopige conclusie: de autonomie van WZC’s en ziekenhuizen inzake coronamaatregelen (kamerisolatie, avondklok, bezoekrecht) blijft overeind. Die maatregelen zijn mogelijk, zelfs al staan ze niet als zodanig in het federale Ministerieel Besluit of in een overheidsrichtlijn. De grondrechten zijn niet geschonden volgens de rechter in kort geding.
Dit is een mededeling van de laboratoria MSD.
Dit nummer werd mogelijk gemaakt dankzij de steun van MSD. De inhoud ervan weerspiegelt de opinie van de auteurs en niet noodzakelijk deze van MSD.