Teleconsultatie: dit kan deontologisch volgens de Orde

De jongste jaren speelt de Orde der Artsen heel kort op de bal wat technologische vernieuwingen zoals opslag van medische gegevens, telemonitoring en teleconsultaties aangaat. Dat is nodig, zeker omdat covid-19 alles in een stroomversnelling bracht.
Al op 2 februari 2015 bracht de Orde der Artsen een advies uit over artsen en digitale media. Daarin stond toen nog niets over teleconsultaties via computer, wel een korte toelichting bij telemonitoring. De Orde zette voor die telemonitoring het licht op groen, inclusief een billijke vergoeding voor de arts als arts en patiënt het vooraf eens werden over de supervisiemethode. De arts moet er wel over waken dat de firma die de toestellen voor de telemonitoring levert, de biotechnische veiligheid waarborgt, het onderhoud van de monitors en de permanente beschikbaarheid van de geregistreerde signalen. Kwestie van te anticiperen op mogelijke aansprakelijkheidsproblemen. Over apps zei de Orde toen al dat de arts zich moet vergewissen van de kwaliteit en de veligheid.
Medische gegevens opslaan in de cloud kan, maar wegens de kwetsbaarheid van elektronisch opgeslagen informatie kan de arts niet voorzichtig genoeg zijn bij het bewaren van persoonsgegevens, en in het bijzonder gezondheidsgegevens.
Tijdens een recent congres van GZA-ZNA ‘Kwaliteit blijft en leeft’ legde de voorzitter van de provinciale raad Antwerpen, dr. Christel De Pooter, uit hoe teleconsultaties en de regelgeving een hoge vlucht namen tijdens covid-19. Bij het prille begin van de eerste golf vaardigt de Orde richtlijnen uit. De zorg moet dan immers veilig worden verdergezet én het is broodnodig om de contacten tot een minimum te beperken. Meteen blijken teleconsultaties zeer handig. De Orde speelt erop in door op 10 maart 2020 klare wijn te schenken. Uitzonderlijke omstandigheden vergen uitzonderlijke maatregelen om de gezondheidsdiensten operationeel te houden. Toch zijn er randvoorwaarden. Een raadpleging op afstand heeft niet dezelfde nauwkeurigheid als een raadpleging in aanwezigheid van de patiënt en de arts , luidt het. Teleconsultatie kan de klassieke face-to-faceraadpleging slechts vervangen als een bijzondere situatie dit rechtvaardigt .
Wat zijn voor de arts de minimumvoorwaarden om die aanpak vanop afstand aanvaardbaar te houden? Die waren enkele maanden eerder al bekendgemaakt. Teleconsultatie kan als de arts:
a) de patiënt en zijn antecedenten goed kent,
b) inzage heeft in de medische informatie over de patiënt (medisch dossier),
c) in staat is de zorgcontinuïteit te waarborgen.
De arts noteert alles uiteraard in het dossier van de patiënt.
Tot slot: de medische aandoening moet toelaten zorg te verstrekken via teleconsultatie (chronische ziekte bijvoorbeeld).
De Orde zet dit alles nog even in een bredere context: de technologie mag de menslievende waarden van het medische beroep niet doen vergeten. De zorgrelatie is per definitie een relatie tussen mensen gebaseerd op waardigheid en autonomie van de patiënt. Dat betekent dat patiëntenrechten gerespecteerd moeten worden. Denk aan de vrije artsenkeuze en de vrije en geïnformeerde toestemming tot de teleconsultatie, het recht op privacy en het medisch geheim.
Dit is een mededeling van de laboratoria MSD.
Dit nummer werd mogelijk gemaakt dankzij de steun van MSD. De inhoud ervan weerspiegelt de opinie van de auteurs en niet noodzakelijk deze van MSD.