{"id":80289,"date":"2024-02-26T14:11:27","date_gmt":"2024-02-26T14:11:27","guid":{"rendered":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/?p=80289"},"modified":"2025-05-26T09:38:56","modified_gmt":"2025-05-26T09:38:56","slug":"pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/","title":{"rendered":"Pembrolizumab Q6W in GI cancers"},"content":{"rendered":"<figure class=\"mhh-mcn-v1-image mhh-mcn-v1-image--952fea3150f9600f2968df58b21e7923\">\n                    <img loading=\"lazy\" decoding=\"async\"\n        class=\"mhh-mcn-image mhh-mcn-image--full wp-image-80293\"\n        src=\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-content\/uploads\/sites\/34\/2024\/02\/Q6W-article-VAE-banner-V13.png?quality=80&#038;lossy=1\"\n        width=\"1024\"\n        height=\"205\"\n                alt=\"\"\n            \/>\n            <\/figure>\n\n\n\n<p class=\"   mhh-mcn-v1-paragraph mhh-mcn-v1-paragraph--ac3035af421dd3e74460c7eb453e69d8\" dir=\"ltr\" lang=\"en-US\">Find out more about the available evidence on the efficacy and safety profile of pembrolizumab when used every 6 weeks (Q6W) at a dose of 400 mg, and gain valuable insights from digestive experts. This includes perspectives from Prof. Marc Van den Eynde (Cliniques Universitaires St-Luc), Dr. Veerle Casneuf (OLV Ziekenhuis, Aalst), and Dr. Filip Van Herpe (University Hospitals, Leuven), specifically on their experience with the Q6W usage in the treatment of gastro-oesophageal cancer.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"   mhh-mcn-v1-paragraph mhh-mcn-v1-paragraph--fce6d49592defd795b900c06c3aa0013\" dir=\"ltr\" lang=\"en-US\"><iframe loading=\"lazy\" src=\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-content\/uploads\/sites\/34\/2024\/03\/MSDBE-642-Keytruda-Medical-Write-Up-ContinuousPage.pdf\" width=\"100%\" height=\"1200\"><\/iframe><\/p>\n\n\n<div class=\"mhh-mcn-v1-accordion mhh-mcn-v1-accordion--e718b67a8e5c7859208b35f92eee8aef mhh-mcn-v1-accordion--default\" data-configuration=\"{&quot;variation&quot;:&quot;default&quot;,&quot;speed&quot;:0,&quot;hasFirstItemExpanded&quot;:false}\"        >\n    \n\n<section\n    id=\"accordion-6a31682dd1e1c\"\n    class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule mhh-mcn-v1-accordion-molecule--9b76033e175a16f69935f26736fff1f4 mhh-mcn-v1-accordion-molecule--closed\"\n            >\n    <h4\n        id=\"accordion-6a31682dd1e1c-header\"\n        class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-header\"\n    >\n        <button\n            class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-header__heading\"\n            aria-expanded=\"false\"\n            aria-controls=\"accordion-6a31682dd1e1c-content\"\n        >\n                        <span class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-header__title\">\n                Abbreviations            <\/span>\n            <span class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-header__icon-dropdown\" aria-hidden=\"true\">\n                \n<svg width=\"1em\" height=\"1em\" class=\"mh-icon mh-icon--kind-generic mh-icon--name-dropdown-arrow mh-icon--dropdown-arrow\" role=\"img\" aria-hidden=\"true\">\n    \n    \n    <use xlink:href=\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-content\/themes\/cex-wpvip-mhh-mconnect-theme-new-3.0\/modules\/icons\/resources\/icons\/svg\/generic\/dropdown-arrow.svg#dropdown-arrow\"><\/use>\n<\/svg>\n            <\/span>\n        <\/button>\n    <\/h4>\n    <div\n        id=\"accordion-6a31682dd1e1c-content\"\n        class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-content\"\n        role=\"region\"\n        aria-labelledby=\"accordion-6a31682dd1e1c-header\"\n    >\n        <div class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-content__body\">\n            \n\n<p class=\"   mhh-mcn-v1-paragraph mhh-mcn-v1-paragraph--496b0a421655c9c2e5a9cbe48dc8dc39\" dir=\"ltr\" lang=\"en-US\"><strong>GI:<\/strong> gastro-intestinal; <strong>Q6W :<\/strong> every 6 weeks.<\/p>\n\n        <\/div>\n    <\/div>\n<\/section>\n\n<\/div>\n\n\n<div class=\"mhh-mcn-v1-accordion mhh-mcn-v1-accordion--cb97400d7f8062c63f3698928317efa5 mhh-mcn-v1-accordion--default\" data-configuration=\"{&quot;variation&quot;:&quot;default&quot;,&quot;speed&quot;:0,&quot;hasFirstItemExpanded&quot;:true}\"    dir=\"ltr\"    lang=\"nl-BE\">\n    \n\n<section\n    id=\"accordion-6a31682dd6e2b\"\n    class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule mhh-mcn-v1-accordion-molecule--135a9f73e2b37d5759cbbf980be6d7b9 mhh-mcn-v1-accordion-molecule--closed\"\n            >\n    <h4\n        id=\"accordion-6a31682dd6e2b-header\"\n        class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-header\"\n    >\n        <button\n            class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-header__heading\"\n            aria-expanded=\"false\"\n            aria-controls=\"accordion-6a31682dd6e2b-content\"\n        >\n                        <span class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-header__title\">\n                Keytruda\u00ae SmPC &#8211; 03\/2026            <\/span>\n            <span class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-header__icon-dropdown\" aria-hidden=\"true\">\n                \n<svg width=\"1em\" height=\"1em\" class=\"mh-icon mh-icon--kind-generic mh-icon--name-dropdown-arrow mh-icon--dropdown-arrow\" role=\"img\" aria-hidden=\"true\">\n    \n    \n    <use xlink:href=\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-content\/themes\/cex-wpvip-mhh-mconnect-theme-new-3.0\/modules\/icons\/resources\/icons\/svg\/generic\/dropdown-arrow.svg#dropdown-arrow\"><\/use>\n<\/svg>\n            <\/span>\n        <\/button>\n    <\/h4>\n    <div\n        id=\"accordion-6a31682dd6e2b-content\"\n        class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-content\"\n        role=\"region\"\n        aria-labelledby=\"accordion-6a31682dd6e2b-header\"\n    >\n        <div class=\"mhh-mcn-v1-accordion-molecule-content__body\">\n            \n\n<p class=\"has-negative-1-font-size   mhh-mcn-v1-paragraph mhh-mcn-v1-paragraph--b259118207825687051cf735a6ac4d0c\"><strong>1.&nbsp;NAAM VAN HET GENEESMIDDEL<\/strong> KEYTRUDA 25 mg\/ml concentraat voor oplossing voor infusie. <strong>2.&nbsp;KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING <\/strong>E&eacute;n injectieflacon met 4 ml concentraat bevat 100&nbsp;mg pembrolizumab. Elke ml concentraat bevat 25&nbsp;mg pembrolizumab. Pembrolizumab is een gehumaniseerd, monoklonaal <em>anti\u2011programmed cell death\u20111<\/em> (PD\u20111) antilichaam (IgG4\/kappa isotype met een stabiliserende sequentieverandering in het Fc\u2011fragment) geproduceerd in ovariumcellen van de Chinese hamster met recombinant DNA-techniek. <u>Hulpstof met bekend effect<\/u> Dit geneesmiddel bevat 0,2&nbsp;mg polysorbaat&nbsp;80 in elke ml van het concentraat. Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek&nbsp;6.1. <strong>3.&nbsp;FARMACEUTISCHE VORM <\/strong>Concentraat voor oplossing voor infusie. Heldere tot licht opalescente, kleurloze tot lichtgele oplossing, pH 5,2 &ndash; 5,8. <strong>4.&nbsp;KLINISCHE GEGEVENS<\/strong> <strong>4.1&nbsp;Therapeutische indicaties <\/strong><em><u>Melanoom<\/u><\/em> KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor gebruik bij volwassenen en jongeren van 12&nbsp;jaar en ouder voor de behandeling van gevorderd (inoperabel of gemetastaseerd) melanoom. KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd als adjuvante behandeling bij volwassenen en jongeren van 12&nbsp;jaar en ouder met stadium IIB-, stadium&nbsp;IIC- of stadium&nbsp; III-melanoom en bij wie complete resectie heeft plaatsgevonden (zie rubriek 5.1). <em><u>Niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC)<\/u><\/em> KEYTRUDA is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van resectabel niet-kleincellig longcarcinoom bij volwassenen met een hoog risico op recidief. In eerste instantie als neoadjuvante behandeling in combinatie met platinumbevattende chemotherapie. Daarna voortgezet als monotherapie als adjuvante behandeling (voor selectiecriteria zie rubriek&nbsp;5.1). KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd als adjuvante behandeling van niet-kleincellig longcarcinoom bij volwassenen met een hoog risico op recidief na complete resectie en platinumbevattende chemotherapie (voor selectiecriteria zie rubriek 5.1). KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom bij volwassenen met tumoren die PD-L1-expressie vertonen met een <em>tumour proportion score<\/em> (TPS) &ge;&nbsp;50&nbsp;% zonder EGFR- of ALK-positieve tumormutaties. KEYTRUDA, in combinatie met pemetrexed en platinumbevattende chemotherapie, is ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd niet-plaveiselcel-niet-kleincellig longcarcinoom bij volwassenen met tumoren zonder EGFR- of ALK-positieve mutaties. KEYTRUDA, in combinatie met carboplatine en ofwel paclitaxel of nab-paclitaxel, is ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd plaveiselcel-niet-kleincellig longcarcinoom bij volwassenen. KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van lokaal gevorderd of gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom bij volwassenen met tumoren die PD-L1-expressie vertonen met een TPS &ge;&nbsp;1&nbsp;% en die ten minste &eacute;&eacute;n eerdere chemotherapie hebben ondergaan. Pati&euml;nten met EGFR- of ALK-positieve tumormutaties moeten tevens een hierop gerichte behandeling hebben ondergaan v&oacute;&oacute;r behandeling met KEYTRUDA. <em><u>Maligne pleuraal mesothelioom (MPM)<\/u><\/em> KEYTRUDA, in combinatie met pemetrexed en platinumbevattende chemotherapie, is ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van inoperabel niet-epithelo&iuml;de maligne pleuraal mesothelioom bij volwassenen. <em><u>Klassiek hodgkinlymfoom (cHL)<\/u><\/em> KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van volwassenen en kinderen van 3&nbsp;jaar en ouder met recidief of refractair klassiek hodgkinlymfoom bij wie autologe stamceltransplantatie (ASCT) heeft gefaald of na minstens twee eerdere behandelingen indien ASCT geen behandelmogelijkheid is. <em><u>Urotheelcarcinoom<\/u><\/em> KEYTRUDA, in combinatie met enfortumab vedotine, is ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van inoperabel of gemetastaseerd urotheelcarcinoom bij volwassenen. KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom bij volwassenen die eerder platinumbevattende chemotherapie hebben ondergaan (zie rubriek 5.1). KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom bij volwassenen die niet in aanmerking komen voor cisplatinebevattende chemotherapie en bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een combined positive score (CPS) &ge;&nbsp;10 (zie rubriek&nbsp;5.1). <em><u>Hoofd-halsplaveiselcelcarcinoom (HNSCC)<\/u><\/em> KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van resectabel lokaal gevorderd hoofd-halsplaveiselcelcarcinoom bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een CPS&nbsp;&ge;&nbsp;1. In eerste instantie als neoadjuvante behandeling, voortgezet als adjuvante behandeling in combinatie met radiotherapie met of zonder gelijktijdige behandeling met cisplatine en vervolgens als monotherapie. KEYTRUDA als monotherapie of in combinatie met platinum- en 5-fluoro-uracil (5\u2011FU)-chemotherapie, is ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd of inoperabel terugkerend hoofd-halsplaveiselcelcarcinoom bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een CPS&nbsp;&ge;&nbsp;1. KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van terugkerend of gemetastaseerd hoofd-halsplaveiselcelcarcinoom bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een TPS &ge;&nbsp;50&nbsp;% en die progressie vertonen tijdens of na platinumbevattende chemotherapie (zie rubriek&nbsp;5.1). <em><u>Niercelcarcinoom (RCC) <\/u><\/em>KEYTRUDA, in combinatie met axitinib, is ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van gevorderd niercelcarcinoom bij volwassenen (zie rubriek&nbsp;5.1). KEYTRUDA is, in combinatie met lenvatinib, ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van gevorderd niercelcarcinoom bij volwassenen (zie rubriek&nbsp;5.1). KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de adjuvante behandeling van volwassenen met niercelcarcinoom met een verhoogd risico op recidief na nefrectomie of na nefrectomie en resectie van gemetastaseerde laesies (voor selectiecriteria, zie rubriek&nbsp;5.1). <em><u>Hoge microsatellietinstabiele (MSI-H) <\/u><\/em><em><u>of mismatch-repair-defici&euml;nte (dMMR) tumoren<\/u><\/em> <em>Colorectaalcarcinoom (CRC) <\/em>KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd bij volwassenen met MSI-H- of dMMR-colorectaalcarcinoom in de volgende gevallen: eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd colorectaalcarcinoom; behandeling van inoperabel of gemetastaseerd colorectaalcarcinoom na eerdere fluoropyrimidinebevattende combinatietherapie. <em>Niet-colorectaalcarcinomen<\/em> KEYTRUDA als monotherapie is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van de volgende MSI-H- of dMMR-tumoren bij volwassenen met: gevorderd of terugkerend endometriumcarcinoom met ziekteprogressie tijdens of na eerdere behandeling met een platinumbevattende therapie in welke behandelfase dan ook en die niet in aanmerking komen voor curatieve chirurgie of bestraling; inoperabel of gemetastaseerd maagcarcinoom, dunnedarmcarcinoom, of galweg- of galblaascarcinoom met ziekteprogressie tijdens of na ten minste &eacute;&eacute;n eerdere behandeling. <em><u>Oesofaguscarcinoom<\/u><\/em> KEYTRUDA, in combinatie met platinum- en fluoropyrimidinebevattende chemotherapie, is ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van lokaal gevorderd inoperabel of gemetastaseerd carcinoom van de slokdarm bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een CPS&nbsp;&ge;&nbsp;10 (zie rubriek&nbsp;5.1). <em><u>Triple-negatief mammacarcinoom (Triple\u2011negative breast cancer TNBC)<\/u><\/em> KEYTRUDA is ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van volwassenen met lokaal gevorderd of vroegstadium triple-negatief mammacarcinoom met een hoog risico op een recidief. In eerste instantie als neoadjuvante behandeling in combinatie met chemotherapie. Daarna voortgezet als monotherapie als adjuvante behandeling na een operatie (zie rubriek&nbsp;5.1). KEYTRUDA is, in combinatie &nbsp;met chemotherapie, ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van lokaal terugkerende inoperabele of gemetastaseerde triple-negatief mammacarcinoom bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een CPS&nbsp;&ge;&nbsp;10 en die niet eerder chemotherapie voor gemetastaseerde ziekte hebben gekregen (zie rubriek&nbsp;5.1). <em><u>Endometriumcarcinoom (EC) <\/u><\/em>KEYTRUDA is, in combinatie met carboplatine en paclitaxel, ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van primair gevorderd of terugkerend endometriumcarcinoom bij volwassenen die in aanmerking komen voor een systemische behandeling. KEYTRUDA is, in combinatie met lenvatinib, ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van gevorderd of terugkerend endometriumcarcinoom bij volwassenen met ziekteprogressie tijdens of na eerdere behandeling met een platinumbevattende therapie in welke setting dan ook en die niet in aanmerking komen voor curatieve chirurgie of bestraling. <em><u>Cervixcarcinoom<\/u><\/em> KEYTRUDA is, in combinatie met chemoradiotherapie (uitwendige bestralingstherapie gevolgd door brachytherapie), ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van lokaal gevorderd cervixcarcinoom in FIGO&nbsp;2014-stadium&nbsp;III&nbsp;&#8211;&nbsp;IVA bij volwassenen die niet eerder een definitieve behandeling kregen. KEYTRUDA is, in combinatie met chemotherapie met of zonder bevacizumab, ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van aanhoudend, terugkerend of gemetastaseerd cervixcarcinoom bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een CPS&nbsp;&ge;&nbsp;1. <em><u>Adenocarcinoom in de maag of van de maag-slokdarm-overgang<\/u><\/em> KEYTRUDA is, in combinatie met trastuzumab, fluoropyrimidine- en platinumbevattende chemotherapie, ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van lokaal gevorderd inoperabel of gemetastaseerd HER-2-positief adenocarcinoom in de maag of van de maag-slokdarm-overgang (gastro-oesophageal junction, GEJ), bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een CPS &ge; 1. KEYTRUDA is, in combinatie met fluoropyrimidine en platinumbevattende chemotherapie, ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van lokaal gevorderd, inoperabel of gemetastaseerd HER\u20112\u2011negatief adenocarcinoom in de maag of van de maag-slokdarm-overgang bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een CPS&nbsp;&ge;&nbsp;1 (zie rubriek&nbsp;5.1).<em> <u>Galblaas- en galwegcarcinoom (biliary tract cancer, BTC)<\/u><\/em> KEYTRUDA is, in combinatie met gemcitabine en cisplatine, ge&iuml;ndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van lokaal gevorderd, inoperabel of gemetastaseerd galblaas- en galwegcarcinoom bij volwassenen. <em><u>Eierstokcarcinoom<\/u><\/em> KEYTRUDA is, in combinatie met paclitaxel met of zonder bevacizumab, ge&iuml;ndiceerd voor de behandeling van platinumresistent epitheliaal eierstok-, eileider-, of primair peritoneaal carcinoom, bij volwassenen bij wie de tumoren PD-L1-expressie vertonen met een CPS&nbsp;&ge;&nbsp;1 en die &eacute;&eacute;n of twee eerdere systemische behandelingen hebben gekregen. <strong>4.2&nbsp;Dosering en wijze van toediening<\/strong> Therapie dient te worden gestart door en onder toezicht te staan van ervaren specialisten op het gebied van kankerbehandeling. Pati&euml;nten die pembrolizumab subcutaan krijgen, kunnen bij hun volgende geplande dosis overschakelen naar intraveneuze toediening van pembrolizumab. Pati&euml;nten die pembrolizumab intraveneus krijgen, kunnen bij hun volgende geplande dosis overschakelen naar subcutane toediening van pembrolizumab. <u>Testen op PD-L1<\/u> Als dit gespecificeerd wordt in de indicatie, moet de pati&euml;ntselectie op basis van PD-L1-tumorexpressie voor behandeling met KEYTRUDA bevestigd worden door middel van een gevalideerde test (zie rubriek&nbsp;4.1, 4.4, 4.8 en 5.1). <u>Testen op MSI\/MMR<\/u> Als dit gespecificeerd wordt in de indicatie, moet de pati&euml;ntselectie op basis van MSI-H\/dMMR-tumorstatus voor behandeling met KEYTRUDA bevestigd worden met een gevalideerde test (zie rubriek&nbsp;4.1 en 5.1). <u>Dosering<\/u> De aanbevolen dosis van KEYTRUDA bij volwassenen is 200 mg elke 3&nbsp;weken of 400 mg elke 6 weken, toegediend via intraveneuze infusie gedurende 30&nbsp;minuten. De aanbevolen dosis van KEYTRUDA als monotherapie bij kinderen van 3&nbsp;jaar en ouder met cHL of jongeren van 12&nbsp;jaar en ouder met melanoom is 2&nbsp;mg\/kg lichaamsgewicht (met een maximum van 200&nbsp;mg) elke 3&nbsp;weken, toegediend via intraveneuze infusie gedurende 30&nbsp;minuten. Zie de Samenvatting van de Productkenmerken (SPC) van de gelijktijdig toegediende geneesmiddelen bij gecombineerd gebruik. Pati&euml;nten moeten met KEYTRUDA worden behandeld tot ziekteprogressie of tot onaanvaardbare toxiciteit optreedt (en tot de maximale behandelingsduur wanneer deze voor een indicatie gespecificeerd is). Atypische responsen (d.w.z. een initi&euml;le voorbijgaande toename van de tumorgrootte of kleine nieuwe laesies in de eerste paar maanden, gevolgd door kleiner worden van de tumor) zijn waargenomen. Het wordt aanbevolen de behandeling van klinisch stabiele pati&euml;nten met initieel bewijs voor ziekteprogressie voort te zetten tot ziekteprogressie is bevestigd. Voor de adjuvante behandeling van melanoom, NSCLC of RCC dient KEYTRUDA toegediend te worden tot recidief, onaanvaardbare toxiciteit of voor een duur van maximaal 1&nbsp;jaar. Voor neoadjuvante en adjuvante behandeling van resectabel NSCLC worden pati&euml;nten behandeld met KEYTRUDA als neoadjuvans in combinatie met chemotherapie met 4&nbsp;doses van 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken of 2&nbsp;doses van 400&nbsp;mg elke 6&nbsp;weken of tot ziekteprogressie die een definitieve operatie uitsluit of tot onaanvaardbare toxiciteit. Dit wordt gevolgd door een adjuvante behandeling met KEYTRUDA als monotherapie met 13&nbsp;doses van 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken of 7&nbsp;doses van 400&nbsp;mg elke 6&nbsp;weken of tot recidief of onaanvaardbare toxiciteit. Pati&euml;nten met ziekteprogressie die een definitieve operatie uitsluit of met onaanvaardbare toxiciteit bij gebruik van KEYTRUDA als neoadjuvante behandeling in combinatie met chemotherapie, mogen niet behandeld worden met KEYTRUDA monotherapie als adjuvante behandeling. Voor de neoadjuvante en adjuvante behandeling van resectabel lokaal gevorderd HNSCC worden pati&euml;nten neoadjuvant behandeld met KEYTRUDA als monotherapie met 2&nbsp;doses van 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken of 1&nbsp;dosis van 400&nbsp;mg of tot ziekteprogressie die een definitieve operatie uitsluit of tot onaanvaardbare toxiciteit. Dit wordt gevolgd door een adjuvante behandeling met KEYTRUDA met 3&nbsp;doses van 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken of 2&nbsp;doses van 400&nbsp;mg elke 6&nbsp;weken in combinatie met radiotherapie met of zonder gelijktijdige cisplatine. Dit wordt weer gevolgd door KEYTRUDA als monotherapie met 12&nbsp;doses van 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken of 6&nbsp;doses van 400&nbsp;mg elke 6&nbsp;weken of tot recidief of onaanvaardbare toxiciteit. Pati&euml;nten met ziekteprogressie die een definitieve operatie uitsluit of met onaanvaardbare toxiciteit bij gebruik van neoadjuvante KEYTRUDA als monotherapie, mogen niet behandeld worden met KEYTRUDA in combinatie met radiotherapie met of zonder gelijktijdig cisplatine als adjuvante behandeling. Voor neoadjuvante en adjuvante behandeling van TNBC worden pati&euml;nten behandeld met KEYTRUDA als neoadjuvans in combinatie met chemotherapie met 8&nbsp;doses van 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken of 4&nbsp;doses van 400&nbsp;mg elke 6&nbsp;weken of tot ziekteprogressie die een definitieve operatie uitsluit of tot onaanvaardbare toxiciteit. Dit wordt gevolgd door een adjuvante behandeling met KEYTRUDA als monotherapie met 9&nbsp;doses van 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken of 5&nbsp;doses van 400&nbsp;mg elke 6&nbsp;weken of tot recidief of onaanvaardbare toxiciteit. Pati&euml;nten met ziekteprogressie die een definitieve operatie uitsluit of met onaanvaardbare toxiciteit bij gebruik van KEYTRUDA als neoadjuvante behandeling in combinatie met chemotherapie, mogen niet behandeld worden met KEYTRUDA monotherapie als adjuvante behandeling. Voor lokaal gevorderd cervixcarcinoom moeten pati&euml;nten gelijktijdig KEYTRUDA en chemoradiotherapie krijgen, gevolgd door KEYTRUDA als monotherapie. KEYTRUDA kan worden toegediend als 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken of als 400&nbsp;mg elke 6&nbsp;weken tot ziekteprogressie, onaanvaardbare toxiciteit of tot maximaal 24&nbsp;maanden. <strong><em><u>Uitstel of stopzetting van de dosis (zie ook rubriek&nbsp;4.4)<\/u><\/em><\/strong> <em>Er worden geen dosisverlagingen van KEYTRUDA aanbevolen. KEYTRUDA moet onderbroken of gestopt worden om bijwerkingen die in tabel&nbsp;1 worden genoemd onder controle te brengen.<\/em> <em>Tabel&nbsp;1: Aanbevolen aanpassingen voor behandeling met KEYTRUDA<\/em><strong> <em>Immuungemedieerde bijwerkingen\/Ernst (Wijziging van behandeling)<\/em> <\/strong><u>Pneumonitis<\/u>: Graad 2 (Onderbreek tot bijwerkingen afnemen tot graad 0-1*), Graad 3 of 4 of terugkerende graad 2 (Stop permanent); <u>Colitis<\/u>: Graad 2 of 3 (Onderbreek tot bijwerkingen afnemen tot graad 0-1*), Graad 4 of terugkerende graad 3 (Stop permanent); <u>Nefritis<\/u>: Graad 2 met creatinine &gt;&nbsp;1,5 tot &le;3 maal de bovengrens van normaal (ULN) (Onderbreek tot bijwerkingen afnemen tot graad 0-1*), Graad&nbsp;&ge;&nbsp;3 met creatinine &gt;&nbsp;3 maal de bovengrens van normaal (ULN) (Stop permanent); <u>Endocrinopathie&euml;n<\/u>: Graad 2 bijnierinsuffici&euml;ntie en hypofysitis (Onderbreek behandeling tot bijwerking onder controle met hormoonsubstitutie), Graad&nbsp;3 of 4 bijnierinsuffici&euml;ntie of symptomatische hypofysitis, Type 1 diabetes geassocieerd met graad &ge;&nbsp;3 hyperglykemie (glucose &gt;&nbsp;250 mg\/dl of &gt;&nbsp;13,9 mmol\/l) of geassocieerd met ketoacidose, Hyperthyreo&iuml;die graad &ge;&nbsp;3 (Onderbreek tot bijwerkingen afnemen tot graad 0-1* Voor pati&euml;nten met graad 3 of graad 4 endocrinopathie&euml;n die verbeterden naar graad 2 of lager en onder controle zijn met hormoonsubstitutie kan, indien ge&iuml;ndiceerd, voortzetting van pembrolizumab overwogen worden na het zo nodig afbouwen van de corticostero&iuml;den. Anders moet de behandeling gestopt worden.), Hypothyreo&iuml;die (Hypothyreo&iuml;die kan onder controle worden gehouden met substitutietherapie zonder onderbreking van de behandeling.); <u>Hepatitis <\/u>NB: Voor RCC-pati&euml;nten behandeld met pembrolizumab in combinatie met axitinib met leverenzymstijgingen, zie de doseringsrichtlijnen na deze tabel. Graad 2 met aspartaataminotransferase (ASAT) of alanineaminotransferase (ALAT) &gt;&nbsp;3 tot 5&nbsp;maal de bovengrens van normaal (ULN) of totaal bilirubine &gt;&nbsp;1,5 tot 3&nbsp;maal ULN (Onderbreek tot bijwerkingen afnemen tot graad 0-1*), Graad&nbsp;&ge;&nbsp;3&nbsp; met ASAT of ALAT &gt;&nbsp;5&nbsp;maal ULN of totaal bilirubine &gt;&nbsp;3&nbsp;maal ULN (Stop permanent), In geval van levermetastasen met als uitgangswaarde een graad 2 verhoging van ASAT of ALAT, hepatitis met ASAT- of ALAT-stijging van &ge;&nbsp;50&nbsp;% en die &ge;&nbsp;1&nbsp;week aanhoudt (Stop permanent); <u>Huidreacties<\/u>: Graad&nbsp;3 of vermoedelijk Stevens-Johnsonsyndroom (SJS) of vermoedelijke toxische epidermale necrolyse (TEN) (Onderbreek tot bijwerkingen afnemen tot graad 0-1*), Graad 4 of bevestigd SJS of bevestigde TEN (Stop permanent); <u>Overige immuungemedieerde bijwerkingen<\/u>: Gebaseerd op ernst en type reactie (graad 2 of graad 3) (Onderbreek tot bijwerkingen afnemen tot graad 0-1*), Graad 3 of 4 myocarditis, Graad 3 of 4 encefalitis, Graad 3 of 4 syndroom van Guillain-Barr&eacute; (Stop permanent), Graad 4 of terugkerende graad 3 (Stop permanent). <strong><em>Infusiegerelateerde bijwerkingen:<\/em><\/strong> Graad 3 of 4 (Stop permanent). NB: toxiciteitsgraden zijn overeenkomstig de <em>National Cancer Institute Common Terminology Criteria for Adverse Events Version&nbsp;4.0<\/em> (NCI-CTCAE&nbsp;v.4). *Als een behandelingsgerelateerde toxiciteit niet binnen 12&nbsp;weken na de laatste dosis KEYTRUDA afneemt tot graad&nbsp;0\u20111, of als de dosis corticostero&iuml;den niet binnen 12&nbsp;weken kan worden verminderd tot &le;&nbsp;10&nbsp;mg prednison of equivalent per dag, moet KEYTRUDA permanent worden gestopt. De veiligheid van het opnieuw starten van behandeling met pembrolizumab bij pati&euml;nten die eerder immuungemedieerde myocarditis hebben ervaren is niet bekend. KEYTRUDA, als monotherapie of als combinatietherapie, moet permanent worden gestopt bij graad 4 of terugkerende graad 3 immuungemedieerde bijwerkingen, tenzij anders gespecificeerd in tabel 1. Alleen bij pati&euml;nten met cHL moet KEYTRUDA bij graad 4 hematologische toxiciteit worden onderbroken tot bijwerkingen afnemen tot graad 0-1. <strong><em><u>KEYTRUDA in combinatie met axitinib bij RCC<\/u><\/em><\/strong> Voor RCC-pati&euml;nten die behandeld worden met KEYTRUDA in combinatie met axitinib, zie de SPC voor de dosering van axitinib. Bij gebruik in combinatie met pembrolizumab kan dosisescalatie van axitinib boven de startdosis van 5&nbsp;mg worden overwogen, met tussenperioden van zes&nbsp;weken of langer (zie rubriek&nbsp;5.1).<em> Voor leverenzymstijgingen bij pati&euml;nten met RCC die behandeld worden met KEYTRUDA in combinatie met axitinib: &bull; <\/em>In geval van ALAT of ASAT &ge;&nbsp;3 maal ULN maar &lt;&nbsp;10 maal ULN zonder gelijktijdig totaal bilirubine &ge;&nbsp;2 maal ULN, dient zowel KEYTRUDA als axitinib onderbroken te worden tot deze bijwerkingen afnemen tot graad&nbsp;0\u20111. Behandeling met corticostero&iuml;den kan worden overwogen. Het opnieuw starten (<em>rechallenge<\/em>) met &eacute;&eacute;n geneesmiddel of een opeenvolgende <em>rechallenge<\/em> met beide geneesmiddelen na herstel kan worden overwogen. In geval van een <em>rechallenge<\/em> met axitinib kan dosisverlaging conform de SPC van axitinib worden overwogen. &bull; In geval van ALAT of ASAT &ge;&nbsp;10 maal ULN of &gt;&nbsp;3 maal ULN met gelijktijdig totaal bilirubine &ge;&nbsp;2 maal ULN, dient zowel KEYTRUDA als axitinib permanent stopgezet te worden en kan behandeling met corticostero&iuml;den worden overwogen. <strong><em><u>KEYTRUDA in combinatie met lenvatinib<\/u><\/em><\/strong> Bij gebruik in combinatie met lenvatinib moet, indien nodig, het gebruik van &eacute;&eacute;n of beide geneesmiddelen worden onderbroken. De toediening van lenvatinib moet tijdelijk of permanent worden stopgezet, of de dosis moet worden verlaagd, in overeenstemming met de instructies in de SPC van lenvatinib bij gebruik in combinatie met pembrolizumab. Er worden geen dosisverlagingen aanbevolen voor KEYTRUDA. Aan pati&euml;nten behandeld met KEYTRUDA moet een pati&euml;ntenkaart gegeven worden en zij moeten worden ge&iuml;nformeerd over de risico&rsquo;s van KEYTRUDA (zie ook de bijsluiter). <strong><em><u>Speciale populaties<\/u><\/em><\/strong> <strong><em>Ouderen<\/em><\/strong> Bij pati&euml;nten van &ge;65&nbsp;jaar is geen dosisaanpassing nodig (zie rubriek 4.4 en 5.1). <strong><em>Nierfunctiestoornis<\/em><\/strong> Er is geen dosisaanpassing nodig voor pati&euml;nten met een lichte of matig ernstige nierfunctiestoornis. KEYTRUDA is niet onderzocht bij pati&euml;nten met een ernstige nierfunctiestoornis (zie rubriek 4.4 en&nbsp; 5.2). <strong><em>Leverfunctiestoornis<\/em><\/strong> Er is geen dosisaanpassing nodig voor pati&euml;nten met een lichte of een matig ernstige leverfunctiestoornis. KEYTRUDA is niet onderzocht bij pati&euml;nten met een ernstige leverfunctiestoornis (zie rubriek 4.4 en&nbsp;5.2). <strong><em>Pediatrische pati&euml;nten<\/em><\/strong> De veiligheid en werkzaamheid van KEYTRUDA bij kinderen jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld, behalve bij kinderen met melanoom of cHL. Gegevens die momenteel beschikbaar zijn worden weergegeven in rubriek 4.8, 5.1 en 5.2. <u>Wijze van toediening<\/u> Om het risico op medicatiefouten te verlagen is het belangrijk om het etiket van de injectieflacon te controleren om er zeker van te zijn dat de juiste formulering (intraveneus of subcutaan) wordt klaargemaakt en toegediend zoals voorgeschreven. <strong>KEYTRUDA concentraat voor oplossing voor infusie is alleen voor intraveneus gebruik.<\/strong> <strong>KEYTRUDA concentraat voor oplossing voor infusie is niet bedoeld voor subcutane toediening. <\/strong>KEYTRUDA concentraat voor oplossing voor infusie moet in 30&nbsp;minuten worden toegediend via een infuus. De intraveneuze formulering van KEYTRUDA moet niet worden toegediend via een directe intraveneuze injectie of bolusinjectie. KEYTRUDA concentraat voor oplossing voor infusie mag niet worden vervangen door of met subcutaan pembrolizumab. Ze verschillen namelijk in aanbevolen doseringen en toedieningsroute. Wanneer KEYTRUDA wordt toegediend als onderdeel van een combinatie met intraveneuze chemotherapie, dan moet KEYTRUDA als eerste worden toegediend. Wordt KEYTRUDA gegeven in combinatie met enfortumab vedotine? En wordt het op dezelfde dag gegeven? Dan moet KEYTRUDA worden gegeven na enfortumab vedotine. Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek&nbsp;6.6. <strong>4.3&nbsp;Contra\u2011indicaties <\/strong>Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek&nbsp;6.1 vermelde hulpstoffen. <strong>4.8&nbsp;Bijwerkingen<\/strong> <strong><em>Samenvatting van het veiligheidsprofiel<\/em><\/strong> Pembrolizumab wordt vooral geassocieerd met immuungemedieerde bijwerkingen. De meeste hiervan, inclusief ernstige reacties, verdwenen na het starten van geschikte medische therapie of het stoppen van pembrolizumab (zie &#039;Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen&#039; hieronder). De frequenties die hieronder en in tabel&nbsp;2 zijn opgenomen zijn gebaseerd op alle gemelde bijwerkingen, ongeacht de beoordeling van het oorzakelijk verband door de onderzoeker. <em>Pembrolizumab als monotherapie (zie rubriek<\/em>&nbsp;<em>4.2) <\/em>De veiligheid van pembrolizumab als monotherapie is onderzocht in klinische studies bij 7631&nbsp;pati&euml;nten met verschillende tumortypes en in vier verschillende doseringen (2&nbsp;mg\/kg lichaamsgewicht elke 3&nbsp;weken, 200&nbsp;mg elke 3&nbsp;weken, of 10&nbsp;mg\/kg lichaamsgewicht elke 2 of 3&nbsp;weken). Bij deze pati&euml;ntenpopulatie was de mediane observatietijd 8,5&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 1&nbsp;dag tot 39&nbsp;maanden) en waren de meest frequente bijwerkingen met pembrolizumab vermoeidheid&nbsp;(31&nbsp;%), diarree (22&nbsp;%) en misselijkheid&nbsp;(20&nbsp;%). Het merendeel van de gemelde bijwerkingen voor monotherapie had een ernst van graad&nbsp;1 of&nbsp;2. De ernstigste bijwerkingen waren immuungemedieerde bijwerkingen en ernstige infusiegerelateerde bijwerkingen (zie rubriek&nbsp;4.4). Voor pembrolizumab als monotherapie in de adjuvante setting was de incidentie van immuungemedieerde bijwerkingen 37&nbsp;% voor alle graden en 9&nbsp;% voor graad&nbsp;3-5. In de gemetastaseerde setting&nbsp; was de incidentie 25&nbsp;% voor alle graden en 6&nbsp;% voor graad&nbsp;3-5. Er werden geen nieuwe immuungemedieerde bijwerkingen vastgesteld in de adjuvante setting. <em>Pembrolizumab in combinatie met chemotherapie, <\/em><em><u>radiotherapie (RT) <\/u><\/em><em>&nbsp;of chemoradiotherapie (CRT) (zie rubriek<\/em>&nbsp;<em>4.2) <\/em>Als pembrolizumab in combinatie wordt toegediend, raadpleeg dan de SPC van de afzonderlijke bestanddelen van de combinatietherapie voordat de behandeling wordt gestart. De veiligheid van pembrolizumab in combinatie met chemotherapie, RT of CRT is onderzocht in klinische studies bij 7015&nbsp;pati&euml;nten met verschillende tumortypes die elke 3&nbsp;weken pembrolizumab 200&nbsp;mg, 2&nbsp;mg\/kg&nbsp;lichaamsgewicht of 10&nbsp;mg\/kg&nbsp;lichaamsgewicht, of elke 6&nbsp;weken pembrolizumab 400&nbsp;mg kregen. Bij deze pati&euml;ntenpopulatie waren de meest frequente bijwerkingen anemie&nbsp;(51&nbsp;%), misselijkheid&nbsp;(50&nbsp;%), vermoeidheid&nbsp;(36&nbsp;%), diarree&nbsp;(35&nbsp;%), obstipatie&nbsp;(32&nbsp;%), braken&nbsp;(27&nbsp;%), en verminderde eetlust&nbsp;(26&nbsp;%). De incidentie van bijwerkingen van graad&nbsp;3-5 bij pati&euml;nten met NSCLC was 69&nbsp;% voor pembrolizumabcombinatietherapie en 61&nbsp;% voor alleen chemotherapie, bij pati&euml;nten met HNSCC 80&nbsp;% voor pembrolizumabcombinatietherapie (chemotherapie of RT met of zonder chemotherapie) en 79&nbsp;% voor chemotherapie met cetuximab of RT met of zonder chemotherapie, bij pati&euml;nten met oesofaguscarcinoom 86&nbsp;% voor pembrolizumabcombinatietherapie en 83&nbsp;% voor alleen chemotherapie, bij pati&euml;nten met TNBC 80&nbsp;% voor pembrolizumabcombinatietherapie en 77&nbsp;% voor alleen chemotherapie, bij pati&euml;nten met cervixcarcinoom 77&nbsp;% voor pembrolizumabcombinatietherapie (chemotherapie met of zonder bevacizumab of in combinatie met CRT) en 71&nbsp;% voor chemotherapie met of zonder bevacizumab of alleen CRT, bij pati&euml;nten met maagkanker 74&nbsp;% voor pembrolizumabcombinatietherapie (chemotherapie met of zonder trastuzumab) en 68&nbsp;% voor chemotherapie met of zonder trastuzumab, bij pati&euml;nten met galwegcarcinoom was dit 85&nbsp;% voor de pembrolizumabcombinatietherapie en 84&nbsp;% voor alleen chemotherapie, bij pati&euml;nten met EC was dit 59&nbsp;% voor pembrolizumabcombinatietherapie en 46&nbsp;% voor alleen chemotherapie, bij pati&euml;nten met maligne pleuraal mesothelioom was dit 44&nbsp;% voor pembrolizumabcombinatietherapie en 30&nbsp;% voor alleen chemotherapie en bij pati&euml;nten met eierstokkanker was dit 83&nbsp;% voor pembrolizumab als combinatietherapie (chemotherapie met of zonder bevacizumab) en 71&nbsp;% voor chemotherapie met of zonder bevacizumab.<em> Pembrolizumab in combinatie met een tyrosinekinaseremmer (TKI) (zie rubriek<\/em>&nbsp;<em>4.2) <\/em>Als pembrolizumab wordt toegediend in combinatie met axitinib of lenvatinib, raadpleeg dan de SPC van axitinib of lenvatinib voordat de behandeling wordt gestart. Raadpleeg de SPC van Kisplyx voor aanvullende veiligheidsinformatie over lenvatinib en gevorderd RCC. Raadpleeg de SPC van Lenvima voor gevorderd EC. Zie ook rubriek&nbsp;4.4 voor aanvullende veiligheidsinformatie over axitinib en verhoogde leverenzymen. De veiligheid van pembrolizumab in combinatie met axitinib of lenvatinib bij gevorderd RCC, en in combinatie met lenvatinib bij gevorderd EC is in klinische onderzoeken ge&euml;valueerd bij in totaal 1456&nbsp;pati&euml;nten met gevorderd RCC of gevorderd EC die iedere 3&nbsp;weken 200&nbsp;mg pembrolizumab kregen met ofwel 5&nbsp;mg axitinib tweemaal daags ofwel 20&nbsp;mg lenvatinib eenmaal daags. Bij deze pati&euml;ntenpopulaties waren de meest voorkomende bijwerkingen diarree (58&nbsp;%), hypertensie (54&nbsp;%), hypothyreo&iuml;die (46&nbsp;%), vermoeidheid (41&nbsp;%), verminderde eetlust (40&nbsp;%), misselijkheid (40&nbsp;%), artralgie (30&nbsp;%), braken (28&nbsp;%), gewichtsverlies (28&nbsp;%), dysfonie (28&nbsp;%), buikpijn (28&nbsp;%), prote&iuml;nurie (27&nbsp;%), palmoplantair erytrodysesthesiesyndroom (26&nbsp;%), huiduitslag (26&nbsp;%), stomatitis (25&nbsp;%), obstipatie (25&nbsp;%), skeletspierstelselpijn (23&nbsp;%), hoofdpijn (23&nbsp;%) en hoesten (21&nbsp;%). Van de graad&nbsp;3 tot 5&nbsp;bijwerkingen bij pati&euml;nten met RCC werd 80&nbsp;% in verband gebracht met pembrolizumab in combinatie met axitinib of lenvatinib en 71&nbsp;% met alleen sunitinib. Bij pati&euml;nten met EC werd van de graad&nbsp;3 tot 5&nbsp;bijwerkingen 89&nbsp;% in verband gebracht met pembrolizumab in combinatie met lenvatinib en 73&nbsp;% met alleen chemotherapie. <strong><em>Tabel met bijwerkingen<\/em><\/strong> De bijwerkingen waargenomen in klinische studies van pembrolizumabmonotherapie of in combinatie met chemotherapie, RT of CRT of andere geneesmiddelen tegen tumoren of gemeld bij gebruik van pembrolizumab na het in de handel brengen worden weergegeven in tabel&nbsp;2. Deze bijwerkingen worden naar systeem\/orgaanklasse (SOC) en frequentie weergegeven. De frequenties zijn gedefinieerd als: zeer vaak (&ge;&nbsp;1\/10); vaak (&ge;&nbsp;1\/100, &lt;&nbsp;1\/10); soms (&ge;&nbsp;1\/1000, &lt;&nbsp;1\/100); zelden (&ge;&nbsp;1\/10.000, &lt;&nbsp;1\/1000); zeer zelden (&lt;&nbsp;1\/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen aangegeven in volgorde van afnemende ernst. Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze optreden bij pembrolizumab of de individuele bestanddelen van een combinatietherapie, kunnen optreden tijdens behandeling met deze geneesmiddelen in combinatie, ook als deze bijwerkingen niet zijn gemeld in klinische onderzoeken met deze combinatie. Raadpleeg de SPC van de individuele bestanddelen van de combinatietherapie voor aanvullende veiligheidsinformatie wanneer pembrolizumab in combinatie wordt toegediend. <em>Tabel 2: Bijwerkingen bij pati&euml;nten behandeld met pembrolizumab<\/em><strong><sup>&dagger;<\/sup><\/strong> <u>Infecties en parasitaire aandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Vaak: pneumonie, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Vaak: pneumonie, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib:<\/em> Zeer vaak: urineweginfectie; Vaak: pneumonie. <u>Bloed en lymfestelselaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Zeer vaak: anemie; Vaak: trombocytopenie, neutropenie, lymfopenie; Soms: leukopenie, immunotrombocytopenie, eosinofilie; Zelden: hemolytische anemie<sup>\u204e<\/sup>, hemofagocytaire lymfohistiocytose, zuivere rode bloedcelaplasie, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: anemie, neutropenie, trombocytopenie; Vaak: febriele neutropenie, leukopenie, lymfopenie; Soms: hemolytische anemie<sup>\u204e<\/sup>, eosinofilie, Zelden: immunotrombocytopenie, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib:<\/em> Zeer vaak: anemie; Vaak: neutropenie, trombocytopenie, lymfopenie, leukopenie; Soms: eosinofilie. <u>Immuunsysteemaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Vaak: infusiegerelateerde reactie<sup>\u204e<\/sup>; Soms: sarco&iuml;dose; Niet bekend: afstoting van een orgaantransplantaat, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Vaak: infusiegerelateerde reactie<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: sarco&iuml;dose, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Vaak: infusiegerelateerde reactie<sup>\u204e<\/sup>. <u>Endocriene aandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Zeer vaak: hypothyreo&iuml;die<sup>\u204e<\/sup>; Vaak: hyperthyreo&iuml;die; Soms: bijnierinsuffici&euml;ntie<sup>\u204e<\/sup>, hypofysitis<sup>\u204e<\/sup>, &nbsp;thyreo&iuml;ditis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: hypoparathyreo&iuml;die, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> &nbsp;Zeer Vaak: hypothyreo&iuml;die<sup>\u204e<\/sup>; Vaak: bijnierinsuffici&euml;ntie<sup>\u204e<\/sup>, hyperthyreo&iuml;die<sup>\u204e<\/sup>, thyreo&iuml;ditis<sup>\u204e<\/sup>; Soms: hypofysitis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: hypoparathyreo&iuml;die, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Zeer vaak: hypothyreo&iuml;die; Vaak: bijnierinsuffici&euml;ntie<sup>\u204e<\/sup>, hyperthyreo&iuml;die, thyreo&iuml;ditis<sup>\u204e<\/sup>; Soms: hypofysitis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: hypoparathyreo&iuml;die. &nbsp;<u>Voedings- en stofwisselingsstoornissen<\/u> <em>Monotherapie: <\/em>Zeer vaak: verminderde eetlust; Vaak: hyponatri&euml;mie, hypokali&euml;mie, hypocalci&euml;mie; Soms: diabetes mellitus type&nbsp;1<sup>\u204e<\/sup>, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: hypokali&euml;mie, verminderde eetlust; Vaak: hyponatri&euml;mie, hypocalci&euml;mie; Soms: diabetes mellitus type&nbsp;1<sup>\u204e<\/sup>, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Zeer vaak: verminderde eetlust; Vaak: hyponatri&euml;mie, hypokali&euml;mie, hypocalci&euml;mie; Soms: diabetes mellitus type&nbsp;1<sup>\u204e<\/sup>. <u>Psychische stoornissen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Vaak: insomnia, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer Vaak: insomnia, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Vaak: insomnia. <u>Zenuwstelselaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Zeer vaak: hoofdpijn; Vaak: duizeligheid, perifere neuropathie, lethargie, dysgeusie; Soms: myasthenisch syndroom<sup>\u204e<\/sup>, epilepsie; Zelden: syndroom van Guillain-Barr&eacute;<sup>\u204e<\/sup>, encefalitis<sup>\u204e<\/sup>, myelitis<sup>\u204e<\/sup>, neuritis optica, meningitis (aseptisch) <sup>\u204e<\/sup>, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: perifere neuropathie, hoofdpijn; Vaak: duizeligheid, dysgeusie; Soms: encefalitis<sup>\u204e<\/sup>, lethargie; Zelden: myasthenisch syndroom<sup>\u204e<\/sup>, syndroom van Guillain-Barr&eacute;<sup>\u204e<\/sup>, myelitis, neuritis optica, epilepsie, meningitis (aseptisch), <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib:<\/em> Zeer vaak: hoofdpijn, dysgeusie; Vaak: duizeligheid, perifere neuropathie, lethargie; Soms: myasthenisch syndroom<sup>\u204e<\/sup>, encefalitis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: neuritis optica. <u>Oogaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Vaak: droog oog; Soms: uve&iuml;tis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: syndroom van Vogt-Koyanagi-Harada, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Vaak: droog oog; Soms: uve&iuml;tis*; <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Vaak: droog oog; Soms: uve&iuml;tis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: syndroom van Vogt-Koyanagi-Harada. <u>Hartaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Vaak: hartaritmie<sup>&Dagger;<\/sup> (waaronder atriale fibrillatie); Soms: myocarditis, pericarditis<sup>\u204e<\/sup>, pericardeffusie, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Vaak: hartaritmie<sup>&Dagger; <\/sup>(waaronder atriale fibrillatie); Soms: myocarditis<sup>\u204e<\/sup>, pericarditis<sup>\u204e<\/sup>, pericardeffusie, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib:<\/em> Vaak: hartaritmie<sup>&Dagger; <\/sup>(waaronder atriale fibrillatie); Soms: myocarditis, pericardeffusie. <u>Bloedvataandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Vaak: hypertensie; Zelden: vasculitis<sup>\u204e<\/sup>, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Vaak: hypertensie; Soms: vasculitis<sup>\u204e<\/sup>, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib<\/em>: Zeer vaak: hypertensie; Soms: vasculitis<sup>\u204e<\/sup>. <u>Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Zeer vaak: dyspneu, hoest; Vaak: pneumonitis<sup>\u204e<\/sup>, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: dyspneu, hoest; Vaak: pneumonitis<sup>\u204e<\/sup>, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Zeer vaak: dyspneu, hoest; Vaak: pneumonitis<sup>\u204e<\/sup>. <u>Maag-darmstelselaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Zeer vaak: diarree, buikpijn<sup>\u204e<\/sup>, misselijkheid, braken, obstipatie; Vaak: colitis<sup>\u204e<\/sup>, droge mond; Soms: pancreatitis<sup>\u204e<\/sup>, gastritis<sup>\u204e<\/sup>, maag-darmstelselulceratie<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: pancreatische exocriene insuffici&euml;ntie, dunnedarmperforatie, coeliakie, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: diarree, misselijkheid, braken, , buikpijn<sup>\u204e<\/sup>, obstipatie; Vaak: colitis<sup>\u204e<\/sup>, gastritis<sup>\u204e<\/sup>, droge mond; Soms: pancreatitis<sup>\u204e<\/sup>, maag-darmstelselulceratie<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: pancreatische exocriene insuffici&euml;ntie, dunnedarmperforatie, coeliakie, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Zeer vaak: diarree, buikpijn<sup>\u204e<\/sup>, misselijkheid, braken, obstipatie; Vaak: colitis<sup>\u204e<\/sup>, pancreatitis<sup>\u204e<\/sup>, gastritis<sup>\u204e<\/sup>, droge mond; Soms: maag-darmstelselulceratie<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: dunnedarmperforatie; Niet bekend: pancreatische exocriene insuffici&euml;ntie, coeliakie. <u>Lever- en galaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Vaak: hepatitis<sup>\u204e<\/sup>, Zelden: scleroserende cholangitis<em>, In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Vaak: hepatitis<sup>\u204e<\/sup>, Zelden: scleroserende cholangitis<sup>\u204e<\/sup><em>, <\/em><em>In combinatie met axitinib of lenvatinib:<\/em> Vaak: hepatitis<sup>\u204e<\/sup>. <u>Huid en onderhuidaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Zeer vaak: pruritus<sup>\u204e<\/sup>, huiduitslag<sup>\u204e<\/sup>; Vaak: ernstige huidreacties<sup>\u204e<\/sup>, erytheem, dermatitis, droge huid, vitiligo<sup>\u204e<\/sup>, eczeem, alopecia, acne&iuml;forme dermatitis; Soms: psoriasis, licheno&iuml;de keratose<sup>\u204e<\/sup>, papels, haarkleurveranderingen; Zelden: Stevens-Johnsonsyndroom, erythema nodosum, toxische epidermale necrolyse <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: alopecia, pruritus<sup>\u204e<\/sup>, huiduitslag<sup>\u204e<\/sup>; Vaak: ernstige huidreacties<sup>\u204e<\/sup>, dermatitis, erytheem, droge huid, acne&iuml;forme dermatitis, eczeem; Soms: psoriasis, licheno&iuml;de keratose<sup>\u204e<\/sup>, vitiligo<sup>\u204e<\/sup>, papels; Zelden: Stevens-Johnsonsyndroom, erythema nodosum, haarkleurveranderingen, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Zeer vaak: huiduitslag<sup>\u204e<\/sup>, pruritus<sup>\u204e<\/sup>; Vaak: ernstige huidreacties<sup>\u204e<\/sup>,&nbsp; dermatitis, droge huid, erytheem, acne&iuml;forme dermatitis, alopecia; Soms: eczeem, licheno&iuml;de keratose<sup>\u204e<\/sup>, psoriasis, vitiligo<sup>\u204e<\/sup>, papels, haarkleurveranderingen; Zelden: toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom. <u>Skeletspierstelsel\u2011 en bindweefselaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Zeer vaak: skeletspierstelselpijn<sup>\u204e<\/sup>, artralgie; Vaak: myositis<sup>\u204e<\/sup>, pijn in extremiteit, artritis<sup>\u204e<\/sup>; Soms: tenosynovitis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: syndroom van Sj&ouml;gren, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: artralgie, &nbsp;skeletspierstelselpijn<sup>\u204e<\/sup> ; Vaak: myositis<sup>\u204e<\/sup>, pijn in extremiteit, artritis<sup>\u204e<\/sup>; Soms: tenosynovitis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: syndroom van Sj&ouml;gren, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib:<\/em> Zeer vaak: artralgie, skeletspierstelselpijn<sup>\u204e<\/sup>,&nbsp; myositis<sup>\u204e<\/sup>, pijn in extremiteit; Vaak: artritis<sup>\u204e<\/sup>; Soms: tenosynovitis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: syndroom van Sj&ouml;gren. <u>Nier- en urinewegaandoeningen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Soms: nefritis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: niet-infectieuze cystitis, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Vaak: acuut nierletsel; Soms: nefritis<sup>\u204e<\/sup><em>,<\/em> niet-infectieuze cystitis, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Vaak: nefritis<sup>\u204e<\/sup>; Zelden: niet-infectieuze cystitis. <u>Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Zeer vaak: vermoeidheid, asthenie, oedeem<sup>\u204e<\/sup>, pyrexie; Vaak: influenza-achtige ziekte, rillingen, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: vermoeidheid, asthenie, pyrexie, oedeem<sup>\u204e<\/sup> &nbsp;; Vaak: influenza-achtige ziekte, rillingen, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib: <\/em>Zeer vaak: vermoeidheid, asthenie, oedeem<sup>\u204e<\/sup>, pyrexie; Vaak: influenza-achtige ziekte, rillingen. <u>Onderzoeken<\/u> <em>Monotherapie:<\/em> Vaak: verhoogd alanineaminotransferase, verhoogd aspartaataminotransferase, verhoogde alkalische fosfatase in het bloed, hypercalci&euml;mie, verhoogd bloedbilirubine, verhoogd bloedcreatinine; Soms: verhoogd amylase, <em>In combinatie met chemotherapie, radiotherapie <\/em><em>of chemoradiotherapie<\/em><em>:<\/em> Zeer vaak: verhoogd alanineaminotransferase, verhoogd aspartaataminotransferase; Vaak: verhoogd bilirubine in het bloed, verhoogde alkalische fosfatase in het bloed, verhoogd bloedcreatinine, hypercalci&euml;mie; Soms: verhoogd amylase, <em>In combinatie met axitinib of lenvatinib:<\/em> Zeer vaak: verhoogd lipase, verhoogd alanineaminotransferase, verhoogd aspartaataminotransferase, verhoogd bloedcreatinine; Vaak: verhoogd amylase, verhoogd bloedbilirubine,&nbsp; verhoogde alkalische fosfatase in het bloed, hypercalci&euml;mie. <sup>&dagger;<\/sup> De frequenties van bijwerkingen in tabel&nbsp;2 zijn mogelijk niet volledig toe te schrijven aan pembrolizumab alleen, maar kunnen ook gerelateerd zijn aan de onderliggende ziekte of aan andere geneesmiddelen die gelijktijdig gebruikt worden. <sup>&Dagger;<\/sup>Gebaseerd op een standaardquery, waaronder bradyaritmie&euml;n en tachyaritmie&euml;n. <sup>\u204e<\/sup>De volgende termen zijn een groep van verwante voorvallen die een medische aandoening beschrijven in plaats van &eacute;&eacute;n enkele gebeurtenis: hemolytische anemie (auto-immune hemolytische anemie en Coombs-negatieve hemolytische anemie), infusiegerelateerde reactie (geneesmiddelenovergevoeligheid, anafylactische reactie, anafylacto&iuml;de reactie, overgevoeligheid, infusiegerelateerde overgevoeligheidsreactie, cytokinevrijgavesyndroom en serumziekte); sarco&iuml;dose (huidsarco&iuml;dose en longsarco&iuml;dose);&nbsp;hypothyreo&iuml;die (myxoedeem, immuungemedieerde hypothyreo&iuml;die en auto\u2011immuunhypothyreo&iuml;die); bijnierinsuffici&euml;ntie (ziekte van Addison, acute bijnierschorsinsuffici&euml;ntie, secundaire bijnierschorsinsuffici&euml;ntie en primaire bijnierinsuffici&euml;ntie); thyreo&iuml;ditis (auto-immuun thyreo&iuml;ditis, pijnloze thyreo&iuml;ditis, schildklieraandoening, acute thyreo&iuml;ditis en immuungemedieerde thyreo&iuml;ditis); hyperthyreo&iuml;die (ziekte van Graves); hypofysitis (hypopitu&iuml;tarisme en lymfatische hypofysitis);&nbsp; diabetes mellitus type&nbsp;1 (diabetische ketoacidose); myasthenisch syndroom (myasthenia gravis, inclusief verergering); encefalitis (auto-immuunencefalitis en niet-infectieuze encefalitis); syndroom van Guillain-Barr&eacute; (axonale neuropathie en demyeliniserende polyneuropathie); myelitis (waaronder myelitis transversa); meningitis aseptisch (meningitis en meningitis niet-infectieus); uve&iuml;tis (chorioretinitis, iritis en iridocyclitis); myocarditis (auto-immuunmyocarditis en immuungemedieerde myocarditis); pericarditis (auto-immune pericarditis, pleuropericarditis en myopericarditis); vasculitis (centraal zenuwstelsel vasculitis, aortitis en reuscel-arteriitis); pneumonitis (interstiti&euml;le longziekte, organiserende pneumonie, immuungemedieerde pneumonitis, immuungemedieerde longziekte en auto-immuunlongziekte); buikpijn (abdominaal ongemak, bovenbuikpijn en buikpijn onderin de buik); colitis (microscopische colitis, enterocolitis, enterocolitis hemorragica, auto-immuuncolitis en immuungemedieerde enterocolitis); gastritis (erosieve gastritis, hemorragische gastritis en imuungemedieerde gastritis); pancreatitis (auto-immuunpancreatitis, acute pancreatitis en immuungemedieerde pancreatitis); maag-darmstelselulceratie (maagulcus en duodenumulcus); hepatitis (auto-immuunhepatitis, immuungemedieerde hepatitis, geneesmiddelge&iuml;nduceerd leverletsel en acute hepatitis); scleroserende cholangitis (immuungemedieerde cholangitis); pruritus (urticaria, urticaria papels en genitale pruritus); huiduitslag (erythemateuze rash, rash folliculair, vlekkerige rash, rash maculo-papulair, papulaire, pruritische en vesiculaire rash en genitale uitslag); ernstige huidreacties (exfoliatieve uitslag, pemfigus, en graad&nbsp;&ge;&nbsp;3 van het volgende: cutane vasculitis, bulleuze dermatitis, exfoliatieve dermatitis, gegeneraliseerde exfoliatieve dermatitis, erythema multiforme, lichen planus, orale lichen planus, pemfigo&iuml;d, pruritus, genitale pruritus, huiduitslag, rash erythemateus, rash maculo-papulair, rash pruritus, pustuleuze rash, huidnecrose en toxische huideruptie); vitiligo (huidpigmentvermindering, huidhypopigmentatie en hypopigmentatie van het ooglid); licheno&iuml;de keratose (lichen planus en lichen sclerosus); musculoskeletale pijn (musculoskeletaal ongemak, rugpijn, skeletspierstijfheid, skeletspierstelsel borstpijn en torticollis); myositis (myalgie, myopathie, necrotiserende myositis, polymyalgia rheumatica en rabdomyolyse); artritis (gewrichtszwelling, polyartritis, vochtophoping in gewricht, auto-immune artritis en immuungemedieerde artritis); tenosynovitis (tendinitis, synovitis en peespijn); nefritis (auto-immuunnefritis, immuungemedieerde nefritis, tubulo-interstiti&euml;le nefritis, nierfalen, acuut nierfalen of acute nierschade met tekenen van nefritis, nefrotisch syndroom, glomerulonefritis, glomerulonefritis membraneus en acute glomerulonefritis); oedeem (perifeer oedeem, gegeneraliseerd oedeem, vochtophoping, vochtretentie, ooglidoedeem, &nbsp;lipoedeem, gezichtsoedeem, gelokaliseerd oedeem en periorbitaal oedeem). <em><u>Pembrolizumab in combinatie met enfortumab vedotine (zie rubriek&nbsp;4.2) <\/u><\/em>Wanneer pembrolizumab wordt gegeven in combinatie met enfortumab vedotine, raadpleeg dan de SPC van enfortumab vedotine voor de start van de behandeling. De veiligheid van pembrolizumab in combinatie met enfortumab vedotine is onderzocht bij 564&nbsp;pati&euml;nten met inoperabel of gemetastaseerd urotheelcarcinoom. Zij kregen 200&nbsp;mg pembrolizumab op dag&nbsp;1 en 1,25&nbsp;mg\/kg enfortumab vedotine op dag&nbsp;1 en 8 van elke cyclus van 21&nbsp;dagen. In het algemeen werd gezien dat de incidentie van bijwerkingen voor pembrolizumab in combinatie met enfortumab vedotine hoger was dan voor pembrolizumabmonotherapie. Dit weerspiegelt de bijdrage van enfortumab vedotine en de langere behandelingsduur van de combinatietherapie. Bijwerkingen waren over het algemeen vergelijkbaar met die pati&euml;nten die pembrolizumab of enfortumab vedotine als monotherapie kregen. De incidentie van rash maculo-papulair was 36&nbsp;% voor alle graden (10&nbsp;% graad&nbsp;3\u20114). Dit is hoger dan bij pembrolizumabmonotherapie. Over het algemeen waren de frequenties van bijwerkingen hoger bij pati&euml;nten &ge;&nbsp;65&nbsp;jaar dan bij &lt;&nbsp;65&nbsp;jaar, vooral voor ernstige bijwerkingen (respectievelijk 56,3&nbsp;% en 35,3&nbsp;%) en bijwerkingen van &ge;&nbsp;graad&nbsp;3 (respectievelijk 80,3&nbsp;% en 64,2&nbsp;%). Dit was vergelijkbaar met waarnemingen in de chemotherapie controle-arm. <strong><em>Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen<\/em><\/strong> Gegevens voor de volgende immuungemedieerde bijwerkingen zijn gebaseerd op pati&euml;nten die pembrolizumab kregen in vier verschillende doses (2&nbsp;mg\/kg &nbsp;lichaamsgewicht elke 3&nbsp;weken, 10&nbsp;mg\/kg lichaamsgewicht elke 2 of 3&nbsp;weken, of 200 mg elke 3 weken) in klinische studies (zie rubriek 5.1). De richtlijnen voor het behandelen van deze bijwerkingen zijn beschreven in rubriek 4.4. <em><u>Immuungemedieerde bijwerkingen (zie rubriek&nbsp;4.4.).<\/u><\/em> <u>Immuungemedieerde pneumonitis<\/u> Pneumonitis kwam voor bij 324&nbsp;&nbsp;(4,2&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2-, 3-, 4- of 5-gevallen, respectievelijk bij 143&nbsp;(1,9&nbsp;%), 81&nbsp;(1,1&nbsp;%), 19&nbsp;(0,2&nbsp;%) en 9&nbsp;(0,1&nbsp;%) pati&euml;nten die pembrolizumab kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van pneumonitis was 3,9&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 2&nbsp;dagen tot 27,2&nbsp;maanden). De mediane duur was 2,0&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 1&nbsp;dag tot 51,0+&nbsp;maanden). Pneumonitis kwam vaker voor bij pati&euml;nten met een voorgeschiedenis van bestraling van de borstkas (8,1&nbsp;%) dan bij pati&euml;nten die geen bestraling van de borstkas hadden gehad (3,9&nbsp;%). Pneumonitis leidde tot stopzetting van pembrolizumab bij 131&nbsp;(1,7&nbsp;%) pati&euml;nten. De pneumonitis verdween bij 196&nbsp;pati&euml;nten, 6 met restverschijnselen. Pneumonitis kwam voor bij 230&nbsp;pati&euml;nten met NSCLC&nbsp;(6,1&nbsp;%), waaronder graad&nbsp;2-, 3-, 4- of 5-gevallen bij respectievelijk 103&nbsp;(2,7&nbsp;%), 63&nbsp;(1,7&nbsp;%), 17&nbsp;(0,4&nbsp;%) en 10&nbsp;(0,3&nbsp;%) pati&euml;nten. Pneumonitis kwam voor bij 8,9&nbsp;% van de pati&euml;nten met lokaal gevorderd of gemetastaseerd NSCLC met een voorgeschiedenis van bestraling van de borstkas. De incidentie van pneumonitis (alle graden) varieerde van 5,2&nbsp;% tot 10,8&nbsp;% bij pati&euml;nten met cHL in respectievelijk KEYNOTE-087 (n=210) en KEYNOTE-204 (n=148). <u>Immuungemedieerde colitis<\/u> Colitis kwam voor bij 158&nbsp;(2,1&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2-, 3- of 4-gevallen, respectievelijk bij 49&nbsp;(0,6&nbsp;%), 82&nbsp;(1,1&nbsp;%) en 6&nbsp;(0,1&nbsp;%) pati&euml;nten die pembrolizumab kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van colitis was 4,3&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 2&nbsp;dagen tot 24,3&nbsp;maanden). De mediane duur was 1,1&nbsp;maand (vari&euml;rend van 1&nbsp;dag tot 45,2&nbsp;maanden). Colitis leidde tot stopzetting van pembrolizumab bij 48&nbsp;(0,6&nbsp;%) pati&euml;nten. De colitis verdween bij 132&nbsp;pati&euml;nten, 2 met restverschijnselen. Bij pati&euml;nten met CRC die behandeld werden met pembrolizumabmonotherapie (n=153) was de incidentie van colitis 6,5&nbsp;% (alle graden) met 2,0&nbsp;% graad&nbsp;3 en 1,3&nbsp;% graad&nbsp;4. <u>Immuungemedieerde hepatitis<\/u> Hepatitis kwam voor bij 80&nbsp;&nbsp;(1,0&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2-, 3- of 4-gevallen, respectievelijk bij 12&nbsp;(0,2&nbsp;%), 55&nbsp;(0,7&nbsp;%) en 8&nbsp;(0,1&nbsp;%) pati&euml;nten die pembrolizumab kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van hepatitis was 3,5&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 8&nbsp;dagen tot 26,3&nbsp;maanden). De mediane duur was 1,3&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 1&nbsp;dag tot 29,0+&nbsp;maanden). Hepatitis leidde tot stopzetting van pembrolizumab bij 37&nbsp;(0,5&nbsp;%) pati&euml;nten. De hepatitis verdween bij 60&nbsp;pati&euml;nten. <u>Immuungemedieerde nefritis<\/u> Nefritis kwam voor bij 37&nbsp;(0,5&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2-, 3- of 4-gevallen, respectievelijk bij 11&nbsp;(0,1&nbsp;%), 19&nbsp;(0,2&nbsp;%) en 2&nbsp;(&lt;&nbsp;0,1&nbsp;%) pati&euml;nten die pembrolizumab als monotherapie kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van nefritis was 4,2&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 12&nbsp;dagen tot 21,4&nbsp;maanden). De mediane duur was 3,3&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 6&nbsp;dagen tot 28,2+&nbsp;maanden). Nefritis leidde tot stopzetting van pembrolizumab bij 17&nbsp;(0,2&nbsp;%) pati&euml;nten. De nefritis verdween bij 25&nbsp;pati&euml;nten, 5 met restverschijnselen. &nbsp;Bij pati&euml;nten met niet-plaveiselcel-NSCLC die behandeld werden met pembrolizumab in combinatie met pemetrexed en platinumbevattende chemotherapie (n=488) was de incidentie van nefritis 1,4&nbsp;% (alle graden) met 0,8&nbsp;% graad&nbsp;3 en 0,4&nbsp;% graad&nbsp;4. <u>Immuungemedieerde endocrinopathie&euml;n<\/u> Bijnierinsuffici&euml;ntie kwam voor bij 74&nbsp;(1,0&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2-, 3-, of 4-gevallen, respectievelijk bij 34&nbsp;(0,4&nbsp;%), 31&nbsp;(0,4&nbsp;%) en 4&nbsp;(0,1&nbsp;%) pati&euml;nten die pembrolizumab kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van bijnierinsuffici&euml;ntie was 5,4&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 1&nbsp;dag tot 23,7&nbsp;maanden). De mediane duur werd niet bereikt (vari&euml;rend van 3&nbsp;dagen tot 40,1+&nbsp;maanden). Bijnierinsuffici&euml;ntie leidde tot stopzetting van pembrolizumab bij 13&nbsp;(0,2&nbsp;%) pati&euml;nten. Bijnierinsuffici&euml;ntie verdween bij 28&nbsp;pati&euml;nten, 11 met restverschijnselen. Hypofysitis kwam voor bij 52&nbsp;(0,7&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2-, 3-, of 4-gevallen, respectievelijk bij 23&nbsp;(0,3&nbsp;%), 24&nbsp;(0,3&nbsp;%) en 1&nbsp;(&lt;&nbsp;0,1&nbsp;%) pati&euml;nten die pembrolizumab kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van hypofysitis was 5,9&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 1 dag tot 17,7&nbsp;maanden). De mediane duur was 3,6&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 3&nbsp;dagen tot 48,1+&nbsp;maanden). Hypofysitis leidde tot stopzetting van pembrolizumab bij 14&nbsp;(0,2&nbsp;%) pati&euml;nten. De hypofysitis verdween bij 23&nbsp;pati&euml;nten, 8 met restverschijnselen. Hyperthyreo&iuml;die kwam voor bij 394&nbsp;(5,2&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2- of 3-gevallen, respectievelijk bij 108&nbsp;(1,4&nbsp;%) en 9&nbsp;(0,1&nbsp;%) pati&euml;nten die pembrolizumab kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van hyperthyreo&iuml;die was 1,4&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 1&nbsp;dag tot 23,2&nbsp;maanden). De mediane duur was 1,6&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 4&nbsp;dagen tot 43,1+&nbsp;maanden). Hyperthyreo&iuml;die leidde tot stopzetten van pembrolizumab bij 4&nbsp;(0,1&nbsp;%) pati&euml;nten. De hyperthyreo&iuml;die verdween bij 326&nbsp;(82,7&nbsp;%) pati&euml;nten, 11 met restverschijnselen. Bij pati&euml;nten met melanoom, NSCLC en RCC die werden behandeld met pembrolizumab als monotherapie in de adjuvante setting (n=2060), was de incidentie van hyperthyreo&iuml;die 11,0&nbsp;%. De meerderheid hiervan was van graad&nbsp;1 of 2. Hypothyreo&iuml;die kwam voor bij 939&nbsp;(12,3&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2- of 3-gevallen bij respectievelijk 687&nbsp;(9,0&nbsp;%) en 8&nbsp;(0,1&nbsp;%) pati&euml;nten die pembrolizumab kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van hypothyreo&iuml;die was 3,4&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 1&nbsp;dag tot 25,9&nbsp;maanden). De mediane duur werd niet bereikt (vari&euml;rend van 2&nbsp;dagen tot 63,0+&nbsp;maanden). Hypothyreo&iuml;die leidde tot stopzetten van pembrolizumab bij 6&nbsp;(0,1&nbsp;%) pati&euml;nten. De hypothyreo&iuml;die verdween bij 216&nbsp;(23,0&nbsp;%) pati&euml;nten, 16&nbsp;met restverschijnselen. &nbsp;Bij pati&euml;nten met cHL (n=389) was de incidentie van hypothyreo&iuml;die 17&nbsp;%, die allemaal graad&nbsp;1 of 2 waren. Bij pati&euml;nten met terugkerende of gemetastaseerde HNSCC die behandeld werden met pembrolizumabmonotherapie (n=909) was de incidentie van hypothyreo&iuml;die 16,1 % (alle gradaties) met 0,3 % met graad 3. Bij pati&euml;nten met terugkerende of gemetastaseerde HNSCC behandeld met pembrolizumab in combinatie met platinum- en 5-FU-chemotherapie (n=276) was de incidentie van hypothyreo&iuml;die 15,2 %, waarvan alle van graad 1 of 2. Bij pati&euml;nten met resectabel lokaal gevorderd HNSCC die als neoadjuvante behandeling pembrolizumab kregen en adjuvant werden behandeld met pembrolizumab in combinatie met radiotherapie met of zonder gelijktijdige cisplatine (n=361), was de incidentie van hypothyreo&iuml;die 24,7 %, waarvan alle van graad 1 of 2. Bij pati&euml;nten die werden behandeld met pembrolizumab in combinatie met axitinib of lenvatinib (n=1456), was de incidentie van hypothyreo&iuml;die 46,2&nbsp;% (alle graden) waarvan 0,8&nbsp;% met graad&nbsp;3 of 4. Bij pati&euml;nten met&nbsp; melanoom, NSCLC en RCC die werden behandeld met pembrolizumab als monotherapie in de adjuvante setting (n=2060), was de incidentie van hypothyreo&iuml;die 18,5&nbsp;%. De meerderheid hiervan was van graad&nbsp;1 of 2. <u>Immuungemedieerde bijwerkingen op de huid<\/u> Ernstige immuungemedieerde huidreacties kwamen voor bij 130&nbsp;(1,7&nbsp;%) pati&euml;nten, waaronder graad&nbsp;2-, 3-, 4- of 5-gevallen bij respectievelijk 11&nbsp;(0,1&nbsp;%), 103&nbsp;(1,3&nbsp;%), 1 (&lt;&nbsp;0,1&nbsp;%) en 1&nbsp;(&lt;&nbsp;0,1&nbsp;%) pati&euml;nt(en) die pembrolizumab kregen. De mediane tijd tot het ontstaan van ernstige huidreacties was 2,8&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 2&nbsp;dagen tot 25,5&nbsp;maanden). De mediane duur was 1,9&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 1&nbsp;dag tot 47,1+&nbsp;maanden). Ernstige huidreacties hebben tot stopzetting van pembrolizumab geleid bij 18&nbsp;(0,2&nbsp;%) pati&euml;nten. Ernstige huidreacties verdwenen bij 95&nbsp;pati&euml;nten, 2&nbsp;met restverschijnselen. Zeldzame gevallen van SJS en TEN, waarvan enkele met fatale afloop, zijn waargenomen (zie rubriek 4.2 en 4.4). <em><u>Complicaties van allogene HSCT bij <\/u><\/em><em><u>cHL <\/u><\/em>Van de 14&nbsp;pati&euml;nten in KEYNOTE-013 die na behandeling met pembrolizumab allogene HSCT ondergingen, ontwikkelden 6&nbsp;pati&euml;nten acute GVHD en ontwikkelde 1&nbsp;pati&euml;nt chronische GVHD, waarvan geen enkel geval met fatale afloop. Twee pati&euml;nten ontwikkelden hepatische VOD, waaronder &eacute;&eacute;n geval met fatale afloop. E&eacute;n pati&euml;nt ontwikkelde het engraftmentsyndroom na allogene HSCT. Van de 32&nbsp;pati&euml;nten in KEYNOTE-087 die na behandeling met pembrolizumab allogene HSCT ondergingen, ontwikkelden 16&nbsp;pati&euml;nten acute GVHD en 7&nbsp;pati&euml;nten chronische GVHD, waarvan twee gevallen met fatale afloop. Geen van de pati&euml;nten ontwikkelde hepatische VOD of het engraftmentsyndroom na allogene HSCT. Van de 14&nbsp;pati&euml;nten in KEYNOTE-204 die na behandeling met pembrolizumab allogene HSCT ondergingen, ontwikkelden 8&nbsp;pati&euml;nten acute GVHD en 3&nbsp;pati&euml;nten chronische GVHD, waarvan geen enkel geval met fatale afloop. Geen van de pati&euml;nten ontwikkelde hepatische VOD. E&eacute;n pati&euml;nt ontwikkelde het engraftmentsyndroom na allogene HSCT. <em><u>Verhoogde leverenzymen wanneer pembrolizumab gecombineerd wordt met axitinib bij RCC<\/u><\/em> In een klinisch onderzoek onder niet eerder behandelde pati&euml;nten met RCC die pembrolizumab in combinatie met axitinib kregen, werd een hogere incidentie dan verwacht waargenomen van graad&nbsp;3 en&nbsp;4 ALAT verhoogd&nbsp;(20&nbsp;%) en ASAT verhoogd&nbsp;(13&nbsp;%). De mediane tijd tot het ontstaan van verhoogde ALAT was 2,3&nbsp;maanden (vari&euml;rend van 7&nbsp;dagen tot 19,8&nbsp;maanden). Van de pati&euml;nten met ALAT &ge;&nbsp;3 maal ULN (graad&nbsp;2-4, n=116) keerde bij 94&nbsp;% de ALAT terug tot graad&nbsp;0-1. 59&nbsp;% van de pati&euml;nten met verhoogde ALAT kreeg systemische corticostero&iuml;den. Van de pati&euml;nten die herstelden, werden er 92&nbsp;(84&nbsp;%) onderworpen aan een <em>rechallenge<\/em> met pembrolizumab-&nbsp;(3&nbsp;%) of axitinibmonotherapie&nbsp;(31&nbsp;%) of met beide (50&nbsp;%). Van deze pati&euml;nten had 55&nbsp;% geen recidief van ALAT &gt;&nbsp;3&nbsp;maal ULN, en van deze pati&euml;nten met recidief van ALAT &gt;&nbsp;3&nbsp;maal ULN, herstelden allen. Er waren geen graad&nbsp;5 hepatische voorvallen. <em><u>Laboratoriumafwijkingen<\/u><\/em> <em>Bij pati&euml;nten die werden behandeld met pembrolizumab als monotherapie<\/em> was het percentage met een verschuiving vanaf aanvang naar een graad&nbsp;3- of&nbsp;4-laboratoriumafwijking als volgt: 9,9&nbsp;% met een verlaagd aantal lymfocyten, 7,3&nbsp;% met verlaagd natrium, 5,7&nbsp;% met verlaagde hemoglobine, 4,6&nbsp;% met verhoogde glucose, 4,5&nbsp;% met verlaagd fosfaat, 3,1&nbsp;% met verhoogde ALAT, 2,9&nbsp;% met verhoogde ASAT, 2,6&nbsp;% met verhoogde alkalische fosfatase, 2,2&nbsp;% met verlaagd kalium, 2,1&nbsp;% met een verlaagd aantal neutrofielen, 1,7&nbsp;% met verhoogde bilirubine, 1,7&nbsp;% met een verlaagd aantal trombocyten, 1,7&nbsp;% met verhoogd kalium, 1,6&nbsp;% met verhoogd calcium, 1,4&nbsp;% met verlaagde albumine, 1,3&nbsp;% met verlaagd calcium, 1,2&nbsp;% met verhoogde creatinine, 0,8&nbsp;% met een verlaagd aantal leukocyten, 0,8&nbsp;% met verhoogd magnesium, 0,6&nbsp;% met verlaagde glucose, 0,2&nbsp;% met verlaagd magnesium en 0,2&nbsp;% met verhoogd natrium. <em>Bij pati&euml;nten die werden behandeld met pembrolizumab in combinatie met chemotherapie, RT of CRT<\/em> was het percentage met een verschuiving vanaf aanvang naar een graad&nbsp;3- of&nbsp;4-laboratoriumafwijking als volgt: 36,4&nbsp;% met een verlaagd aantal neutrofielen, 31,7&nbsp;% met een verlaagd aantal lymfocyten, 23,7&nbsp;% met een verlaagd aantal leukocyten, 20,2&nbsp;% met verlaagde hemoglobine, 11,4&nbsp;% met een verlaagd aantal trombocyten, 9,5&nbsp;% met verlaagd natrium, 7,8&nbsp;% met verlaagd kalium, 7,2&nbsp;% met verlaagd fosfaat, 5,5&nbsp;% met verhoogde glucose, 5,3&nbsp;% met verhoogde ALAT, 4,7&nbsp;% met verhoogde ASAT, 3,4&nbsp;% met verlaagd calcium, 3,1&nbsp;% met verhoogde creatinine, 3,0&nbsp;% met verhoogde bilirubine, 3,0&nbsp;% met verhoogd kalium, 2,4&nbsp;% met verlaagde albumine, 2,3&nbsp;% met verhoogde alkalische fosfatase, 1,6&nbsp;% met verhoogd calcium, 0,9&nbsp;% met verlaagde glucose, 0,4&nbsp;% met verhoogd natrium en 0,2&nbsp;% met verhoogde hemoglobine. <em>Bij pati&euml;nten die werden behandeld met pembrolizumab in combinatie met axitinib of lenvatinib<\/em> was het percentage pati&euml;nten met een verschuiving vanaf aanvang naar een graad&nbsp;3 of 4&nbsp;laboratoriumafwijking als volgt: 23,0&nbsp;% met verhoogd lipase (niet gemeten bij pati&euml;nten behandeld met pembrolizumab en axitinib), 12,3&nbsp;% met een verlaagd aantal lymfocyten, 11,4&nbsp;% met verlaagd natrium, 11,2&nbsp;% met verhoogde amylase, 11,2&nbsp;% met verhoogde triglyceriden, 10,4&nbsp;% met verhoogde ALAT, 8,9&nbsp;% met verhoogde ASAT, 7,8&nbsp;% met verhoogde glucose, 6,8&nbsp;% met verlaagd fosfaat, 6,1&nbsp;% met verlaagd kalium, 5,1&nbsp;% met verhoogd kalium, 4,5&nbsp;% met verhoogd cholesterol, 4,4&nbsp;% met verhoogde creatinine, 4,2&nbsp;% met verlaagde hemoglobine, 4,0&nbsp;% met verlaagd aantal neutrofielen, 3,1&nbsp;% met verhoogde alkalische fosfatase, 3,0&nbsp;% met verlaagd aantal trombocyten, 2,8&nbsp;% met verhoogde bilirubine, 2,2&nbsp;% met verlaagd calcium, 2,2&nbsp;% met verhoogd magnesium, 1,7&nbsp;% met verlaagd aantal leukocyten, 1,5&nbsp;% met verlaagd magnesium, 1,5&nbsp;% met verhoogde protrombine INR, 1,4&nbsp;% met verlaagd glucose, 1,2&nbsp;% met verlaagde albumine, 1,0&nbsp;% met verhoogd calcium, 0,4&nbsp;% met verhoogd natrium en 0,1&nbsp;% met verhoogde hemoglobine. <strong><em>Immunogeniciteit <\/em><\/strong>In klinische onderzoeken bij&nbsp;pati&euml;nten die behandeld werden met pembrolizumab als monotherapie in een dosering van 2&nbsp;mg\/kg lichaamsgewicht elke drie&nbsp;weken, 200&nbsp;mg elke drie&nbsp;weken, of 10&nbsp;mg\/kg lichaamsgewicht elke twee of drie&nbsp;weken, testten 36 (1,8&nbsp;%) van de 2034 evalueerbare pati&euml;nten positief op therapiegebonden antilichamen tegen pembrolizumab, waarvan 9 (0,4 %) pati&euml;nten neutraliserende antilichamen tegen pembrolizumab hadden. Er was geen bewijs voor een gewijzigde farmacokinetiek of gewijzigd veiligheidsprofiel bij ontwikkeling van anti-pembrolizumab-bindende of neutraliserende antilichamen. <strong><em>Pediatrische pati&euml;nten<\/em><\/strong> De veiligheid van pembrolizumab als monotherapie is onderzocht bij 161 pediatrische pati&euml;nten van 9&nbsp;maanden tot en met 17&nbsp;jaar met gevorderd melanoom, lymfoom, of PD-L1-positieve gevorderde, recidieve of refractaire solide tumoren met elke 3 weken 2 mg\/kg lichaamsgewicht in de fase-I\/II-studie KEYNOTE-051. In de cHL-populatie (n=22) waren de pati&euml;nten 11 tot en met 17&nbsp;jaar oud. Het veiligheidsprofiel bij pediatrische pati&euml;nten was over het algemeen vergelijkbaar met dat bij volwassen pati&euml;nten die met pembrolizumab werden behandeld. De meest voorkomende bijwerkingen (gemeld bij ten minste 20 % van de pediatrische pati&euml;nten) waren pyrexie (33 %), braken (30 %), hoofdpijn (26 %), buikpijn (22 %), anemie (21 %), hoesten&nbsp;(21&nbsp;%) &nbsp;en obstipatie (20 %). Het merendeel van de gemelde bijwerkingen voor monotherapie had een ernst van graad 1 of 2. &nbsp;Zesenzeventig (47,2 %) pati&euml;nten hadden 1 of meer bijwerkingen van graad 3 tot 5 van wie 5 (3,1%) pati&euml;nten 1 of meer bijwerkingen hadden die leidden tot overlijden. De frequenties zijn gebaseerd op alle gemelde bijwerkingen ongeacht de causaliteitsbeoordeling van de onderzoeker. Er zijn op het moment geen langetermijn-veiligheidsgegevens beschikbaar van pembrolizumab als adjuvante behandeling bij jongeren met stadium&nbsp;IIB-, stadium&nbsp;IIC- of stadium&nbsp;III-melanoom. <strong><em>Melding van vermoedelijke bijwerkingen<\/em><\/strong> Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico&rsquo;s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: <strong>voor Belgi&euml;:<\/strong> Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, www.fagg.be &#8211; Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be, e-mail: adr@fagg-afmps.be. <strong>7.&nbsp;HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN <\/strong>Merck Sharp &amp; Dohme B.V., Waarderweg 39, 2031 BN Haarlem, Nederland <strong>8.&nbsp;NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN <\/strong>EU\/1\/15\/1024\/002, EU\/1\/15\/1024\/003. <strong>9.&nbsp;DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING<\/strong>\/VERLENGING VAN DE VERGUNNING Datum van eerste verlening van de vergunning: 17&nbsp;juli&nbsp;2015. Datum van laatste verlenging: 24&nbsp;maart&nbsp;2020. <strong>10.&nbsp;DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST <\/strong>03\/2026. Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau https:\/\/www.ema.europa.eu. <strong>AFLEVERING<\/strong> Op medisch voorschrift.<\/p>\n\n        <\/div>\n    <\/div>\n<\/section>\n\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Discover the available evidence on the efficacy and safety of pembrolizumab (400 mg Q6W) and gain valuable insights from digestive experts.<\/p>\n","protected":false},"author":206887,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_mhh_sticky_footer_settings":{"entityId":84075},"_mhh_sticky_footer_posts":"","_mhh_sticky_footer_expanded":false,"_mhh_mcn_text_direction":"","_mhh_mcn_language":"","_mhh_mcn_left_sidebar_settings":{"entityId":0},"_mhh_mcn_sidebar_settings":{"entityId":0},"mhh_mcn_side_navigation_style":{"fontSize":{"l":"","m":"","s":""},"lineHeight":{"l":1.5,"m":1.5,"s":1.5},"itemColor":"","hoverItemColor":"","currentItemColor":"","borderItemColor":"","backgroundItemHoverColor":"","themeColor":""},"_mhh_mcn_child_page_navigation":{"isActive":false,"isSticky":false},"hide_header":false,"show_top_bar":false,"hide_footer":false,"full_width_layout":false,"icon":null,"job_code":"","hide_featured_image":false,"primary_tag":0,"editor_notices":[],"footnotes":"","sidebar_toogle":0,"sidebar_toogle_notification_warning":true,"sidebar_toogle_notification_alert":true,"content_expiration_sidebar_date":"","content_expiration_sidebar_expired_post_status":"","content_expiration_sidebar_redirection":""},"categories":[872],"tags":[],"ga4_page_audience":[],"ga4_page_birn_id":[],"ga4_page_branding":[],"ga4_page_businessunit":[],"ga4_page_campaign":[],"ga4_page_content_purpose":[],"ga4_page_customer_journey_stage":[],"ga4_page_customer_specialty":[],"ga4_page_experience":[],"ga4_page_indication":[],"ga4_page_material_intent":[],"ga4_page_product":[],"ga4_page_region":[],"ga4_page_therapeuticarea":[1706],"tx-therapeutic-area":[596],"tx-product":[605],"tx-pathology":[717],"tx-content-type":[625,608],"tx-active-ingredient":[],"mhh-area-of-interest":[819,807],"access":[],"user_status":[],"user_role":[],"class_list":["post-80289","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-expert-opinion","mhh-area-of-interest-esophageal-carcinoma","mhh-area-of-interest-oncology"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v23.9 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Pembrolizumab Q6W in GI cancers - MSD Belgium - NL<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_BE\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Pembrolizumab Q6W in GI cancers - MSD Belgium - NL\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Discover the available evidence on the efficacy and safety of pembrolizumab (400 mg Q6W) and gain valuable insights from digestive experts.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"MSD Belgium - NL\" \/>\n<meta property=\"article:published_time\" content=\"2024-02-26T14:11:27+00:00\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2025-05-26T09:38:56+00:00\" \/>\n<meta name=\"author\" content=\"rkonings1\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Geschreven door\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"rkonings1\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:label2\" content=\"Geschatte leestijd\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data2\" content=\"1 minuut\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"Article\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/#article\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/\"},\"author\":{\"name\":\"rkonings1\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/person\/0c2cad4fe1c75b2422354d134c7967f1\"},\"headline\":\"Pembrolizumab Q6W in GI cancers\",\"datePublished\":\"2024-02-26T14:11:27+00:00\",\"dateModified\":\"2025-05-26T09:38:56+00:00\",\"mainEntityOfPage\":{\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/\"},\"wordCount\":86,\"publisher\":{\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#organization\"},\"articleSection\":[\"Expert opinion\"],\"inLanguage\":\"nl-BE\"},{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/\",\"url\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/\",\"name\":\"Pembrolizumab Q6W in GI cancers - MSD Belgium - NL\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#website\"},\"datePublished\":\"2024-02-26T14:11:27+00:00\",\"dateModified\":\"2025-05-26T09:38:56+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"nl-BE\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Pembrolizumab Q6W in GI cancers\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/\",\"name\":\"MSD Belgium - NL\",\"description\":\"\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"nl-BE\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#organization\",\"name\":\"MSD Belgium\",\"url\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-BE\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/logo\/image\/\",\"url\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-content\/uploads\/sites\/34\/2022\/04\/MSD_Logo_Horizontal_TealGrey_RGB.gif\",\"contentUrl\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-content\/uploads\/sites\/34\/2022\/04\/MSD_Logo_Horizontal_TealGrey_RGB.gif\",\"width\":340,\"height\":131,\"caption\":\"MSD Belgium\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/logo\/image\/\"}},{\"@type\":\"Person\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/person\/0c2cad4fe1c75b2422354d134c7967f1\",\"name\":\"rkonings1\",\"image\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-BE\",\"@id\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/person\/image\/\",\"url\":\"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/1dd48b845d692a432a87dfbb923bb54cab74263cfb137e88f91c667c06fd45b5?s=96&d=mm&r=g\",\"contentUrl\":\"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/1dd48b845d692a432a87dfbb923bb54cab74263cfb137e88f91c667c06fd45b5?s=96&d=mm&r=g\",\"caption\":\"rkonings1\"},\"url\":\"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/author\/rkonings1\/\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Pembrolizumab Q6W in GI cancers - MSD Belgium - NL","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/","og_locale":"nl_BE","og_type":"article","og_title":"Pembrolizumab Q6W in GI cancers - MSD Belgium - NL","og_description":"Discover the available evidence on the efficacy and safety of pembrolizumab (400 mg Q6W) and gain valuable insights from digestive experts.","og_url":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/","og_site_name":"MSD Belgium - NL","article_published_time":"2024-02-26T14:11:27+00:00","article_modified_time":"2025-05-26T09:38:56+00:00","author":"rkonings1","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Geschreven door":"rkonings1","Geschatte leestijd":"1 minuut"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"Article","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/#article","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/"},"author":{"name":"rkonings1","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/person\/0c2cad4fe1c75b2422354d134c7967f1"},"headline":"Pembrolizumab Q6W in GI cancers","datePublished":"2024-02-26T14:11:27+00:00","dateModified":"2025-05-26T09:38:56+00:00","mainEntityOfPage":{"@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/"},"wordCount":86,"publisher":{"@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#organization"},"articleSection":["Expert opinion"],"inLanguage":"nl-BE"},{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/","url":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/","name":"Pembrolizumab Q6W in GI cancers - MSD Belgium - NL","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#website"},"datePublished":"2024-02-26T14:11:27+00:00","dateModified":"2025-05-26T09:38:56+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/#breadcrumb"},"inLanguage":"nl-BE","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/2024\/02\/26\/pembrolizumab-q6w-in-gi-cancers\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Pembrolizumab Q6W in GI cancers"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#website","url":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/","name":"MSD Belgium - NL","description":"","publisher":{"@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"nl-BE"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#organization","name":"MSD Belgium","url":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-BE","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-content\/uploads\/sites\/34\/2022\/04\/MSD_Logo_Horizontal_TealGrey_RGB.gif","contentUrl":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-content\/uploads\/sites\/34\/2022\/04\/MSD_Logo_Horizontal_TealGrey_RGB.gif","width":340,"height":131,"caption":"MSD Belgium"},"image":{"@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/logo\/image\/"}},{"@type":"Person","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/person\/0c2cad4fe1c75b2422354d134c7967f1","name":"rkonings1","image":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-BE","@id":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/#\/schema\/person\/image\/","url":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/1dd48b845d692a432a87dfbb923bb54cab74263cfb137e88f91c667c06fd45b5?s=96&d=mm&r=g","contentUrl":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/1dd48b845d692a432a87dfbb923bb54cab74263cfb137e88f91c667c06fd45b5?s=96&d=mm&r=g","caption":"rkonings1"},"url":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/author\/rkonings1\/"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/80289","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/206887"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=80289"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/80289\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":84354,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/80289\/revisions\/84354"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=80289"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=80289"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_audience","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_audience?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_birn_id","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_birn_id?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_branding","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_branding?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_businessunit","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_businessunit?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_campaign","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_campaign?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_content_purpose","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_content_purpose?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_customer_journey_stage","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_customer_journey_stage?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_customer_specialty","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_customer_specialty?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_experience","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_experience?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_indication","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_indication?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_material_intent","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_material_intent?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_product","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_product?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_region","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_region?post=80289"},{"taxonomy":"ga4_page_therapeuticarea","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/ga4_page_therapeuticarea?post=80289"},{"taxonomy":"tx-therapeutic-area","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tx-therapeutic-area?post=80289"},{"taxonomy":"tx-product","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tx-product?post=80289"},{"taxonomy":"tx-pathology","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tx-pathology?post=80289"},{"taxonomy":"tx-content-type","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tx-content-type?post=80289"},{"taxonomy":"tx-active-ingredient","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tx-active-ingredient?post=80289"},{"taxonomy":"mhh-area-of-interest","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/mhh-area-of-interest?post=80289"},{"taxonomy":"access","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/access?post=80289"},{"taxonomy":"user_status","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/user_status?post=80289"},{"taxonomy":"user_role","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.msdconnect.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/user_role?post=80289"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}