Blaaskanker —
Wat zijn de behandelingsopties?
Hoe wordt blaaskanker behandeld?
Wat gebeurt er tijdens de behandeling?9-10
Een kankerbehandeling heeft tot doel om de kankercellen:
- weg te snijden (cystectomie) (TURB)
- te vernietigen (blaasspoeling, systemische behandeling, bestraling)
- hun groei te stoppen (blaasspoeling, systemische behandeling, bestraling).
Hieronder vind je een algemeen overzicht van de mogelijke behandelingen van blaaskanker.
Een team van artsen, met verschillende specialisaties (uroloog, radioloog, oncoloog, radiotherapeut, patholoog, …) zal onderling overleggen over de beste behandeling, aangepast aan je specifieke situatie. Dit gebeurt tijdens een multidisciplinair oncologisch consult (MOC).
In bepaalde gevallen kan je dokter beslissen om de kanker niet actief te behandelen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de tumor klein is, of traag evolueert, of als je gezondheid geen actieve behandeling toelaat.
Overzicht van behandelingsopties
Klik op een icoon om meer te leren over de betreffende behandelingsoptie.
Wat zijn de verschillende mogelijke behandelingen voor blaaskanker?
Welke types behandelingen zijn er?
Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden voor blaaskanker die alleen of in combinatie kunnen worden toegepast. Hieronder vindt u meer informatie.
Opgelet, niet al deze behandelingen zijn voor iedereen een goede keuze. Je behandelend team zal met jou de opties bespreken die gepast zijn voor je specifieke situatie en het meest geschikte behandelingsplan opstellen.
1. Nauwe opvolging10
Zeer regelmatige doktersbezoeken en onderzoeken
Tijdens een nauwe opvolging van de kanker wordt geen actieve behandeling toegediend. Je arts zal zeer regelmatige afspraken en onderzoeken plannen om je kanker van zeer nabij op te volgen. Vaak staat het regelmatig kijken in de blaas met een camera onder lokale verdoving hierbij centraal, dit heet een cystoscopie. Bijkomend kan ook opgevolgd worden door middel van beeldvorming (CT-scan of MRI-scan) en onderzoek van de urine (celonderzoek van de urine ofwel cytologie).
2. Lokale behandelingen9-10
Concentreren zich op de plaats waar de tumor zich bevindt en het gebied errond.
Bestraling11
Bestraling of radiatie als monotherapie krijg je enkel als je lichaam een operatie of systemische therapie niet kan verdragen. Het doel van de bestraling is om de ziekte onder controle te houden.
Indien mogelijk wordt de bestraling best gecombineerd met chemotherapie, dan heet dit chemoradiatie. De combinatie geeft betere kankercontrole, doch ook meer bijwerkingen. Om optimale resultaten te verkrijgen wordt voor de chemoradiatie nog een TURB uitgevoerd om de tumor zo klein mogelijk te maken. Chemoradiatie met voorafgaande TURB wordt ook wel Triple therapie genoemd.
Chirurgie
1. TURB9,10,12
Dit betekent Trans-Urethale Resectie van een Blaastumor: hierbij wordt via de plasbuis de tumor (grotendeels of volledig) verwijderd. Dit is vaak de eerste stap in zowel de diagnose als de behandeling van de blaastumor: op deze manier kan namelijk een stukje weefsel worden afgenomen om microscopisch onderzocht te worden. Het betreft een minimaal invasieve behandeling in daghospitalisatie of kortverblijf, vaak onder volledige narcose.
Bij deze ingreep wordt via een hol buisje (resectoscoop) gewerkt dat via de plasbuis in de blaas wordt gebracht. Via dit buisje kan met een camera in de blaas gekeken worden en de tumor worden verwijderd.
Met een resectosoop wordt de tumor verwijderd met behulp van een metalen lusje, waar een elektrische stroom doorheen loopt en die zo in het weefsel snijdt, of door middel van een laserstraal die de tumor losmaakt. Het losgemaakte weefsel wordt uit de blaas verwijderd en opgestuurd naar het laboratorium om onderzocht te worden.
Indien nodig kan op het moment van de operatie de TURB worden aangevuld met een bijkomende lokale spoeling van de blaas met chemotherapie, om de kans op het terugkomen van de kanker te verminderen. Hierbij wordt onmiddellijk na de operatie een oplossing van chemotherapie in de blaas ingebracht. Doordat dit geneesmiddel enkel lokaal met de blaas in contact komt, zijn de bijwerkingen voor de patiënt vaak zeer beperkt.
Na de TURB operatie is er frequent nog wat bloed in de urine zichtbaar, dit verdwijnt meestal spontaan. Wat extra plasklachten kunnen ontstaan na de ingreep en doven meestal vanzelf uit.
2. Cystectomie
Wanneer uw arts na de TURB heeft vastgesteld dat de tumor zich minimaal al in een dieper stadium bevindt (de tumor bevindt zich minimaal al in de blaasspier), is een bijkomende operatie om de blaas volledig te verwijderen een mogelijke behandeling. Dit noemt men ook een radicale (volledige) cystectomie.
Na een volledige cystectomie, is er geen bewaarplaats meer voor de geproduceerde urine in het lichaam en zal de chirurg een alternatieve weg creëren voor de urine om het lichaam te verlaten. Mogelijkheden zijn hier een urinestoma volgens Bricker, een neoblaasreconstructie, of een continent urinereservoir. Deze worden hieronder in meer detail besproken. De keuze van techniek wordt vaak bepaald door de karakteristieken van de patiënt maar ook door de eigenschappen van de tumor.
2.1. Een Urinestoma of derivatie volgens Bricker
Het meest frequente alternatief voor je eigen blaas is een urinestoma. De chirurg gebruikt hiervoor een klein stukje van je eigen darm en sluit de urineleiders hierop aan. Dit stukje darm wordt vervolgens verbonden met een opening (stoma) in de huid van de buik. Op deze opening wordt een zakje gekleefd die de urine stelselmatig opvangt. De urine wordt buiten het lichaam in dit zakje opgevangen en dit moet regelmatig geledigd worden.
2.2. Constructie van een neoblaas (vervangblaas)
Een ander alternatief voor je eigen blaas, is een vervangblaas die gemaakt wordt van een langer stukje van je eigen darm. Het stuk darm wordt door de chirurg omgevormd tot een reservoir dat de urine opvangt, en wordt verbonden met zowel de urineleiders als de plasbuis. Zo wordt de urine binnen het lichaam opgevangen in deze neoblaas en afgevoerd op de natuurlijke manier via de plasbuis.
Deze ingreep is veel complexer en kan niet zomaar bij elke tumor worden uitgevoerd. De hoge complexiteit kan dus ook mogelijk voor extra complicaties zorgen ten opzichte van het aanleggen van een stoma.
2.3. Continent urinestoma
Het laatste mogelijke alternatief voor je eigen blaas maakt ook gebruik van een stukje van je eigen darm. De chirurg maakt een reservoir uit dit weefsel en sluit de urineleiders hierop aan. De plasbuis wordt bij dit alternatief echter niet aangesloten, een gaatje (stoma) in of in de buurt van de navel dient hier als uitgang van de blaas. De urine wordt binnen het lichaam opgevangen in het reservoir en wordt meerdere keren per dag geledigd via de stoma door middel van een katheter.
Ook deze ingreep is complexer dan een klassiek (groter) stoma en vereist dat de patiënt voldoende handig is om het stoma te catheteriseren.
Blaasspoelingen
Wanneer het multidisciplinair team na de TURB de tumor onder de microscoop heeft onderzocht, en de tumor bevindt zich nog niet in de blaasspier, acht je arts het soms nodig om de blaas na te behandelen door middel van blaasspoelingen met een bepaald medicijn.
Bij blaasspoelingen of lokale instillaties wordt via een catheter of sonde een oplossing van een specifiek geneesmiddel via de plasbuis in de blaas gespoten om de eventueel achtergebleven kankercellen te vernietigen. Deze therapie kan variëren van behandelingsduur en type geneesmiddel, afhankelijk van hoe groot het risico op herval is.
Geneesmiddelen die gebruikt worden voor blaasspoelingen:
-
Chemotherapie:
Celdodende geneesmiddelen die kankercellen doden, of hun groei remmen. Eventueel wordt deze therapie verwarmd toegediend (chemo-hyperthermie). -
Immuun-stimulerende therapie:
Bacillus van Calmette-Guérin (BCG), een vaccin tegen tuberculose dat ook werkt bij blaaskanker door het verhogen van de activiteit van het immuunsysteem dat hierdoor beter kankercellen zal aanvallen.
Blaasspoelingen kunnen wat irritatie geven ter hoogte van de blaas met wat plasklachten tot gevolg. Een urineweginfectie is een frequente bijwerking. BCG-spoelingen kunnen een wat griepaal gevoel geven. Meld deze klachten steeds aan uw behandelend arts.
3. Systemische behandeling9-10
In tegenstelling tot lokale therapieën, die zich specifiek richten op de tumor, bereiken systemische (of algemene) behandelingen het hele lichaam. Dit kan voornamelijk van belang zijn wanneer de blaaskanker zich niet meer lokaal in de blaas bevindt, maar gemetastaseerd is: verspreid op andere plaatsen in het lichaam.
Met systemische therapie komt het medicijn niet alleen terecht in de uitgezaaide kanker, maar ook in gezonde weefsels, wat voor neveneffecten kan zorgen.
Systemische chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met cytotoxische medicatie of geneesmiddelen die kankercellen doden en/of hun groei afremmen. De medicatie wordt door middel van een infuus via de aders toegediend op het dagziekenhuis. Soms is ook ondersteunende medicatie nodig om de bijwerkingen van de behandeling beter te kunnen opvangen.
Systemische chemotherapie kan toegediend worden voor of na een cystectomie, of in combinatie met radiotherapie of als een behandeling op zich.
Gerichte therapie9,13-15
Gerichte therapie is een behandeling die zich specifiek richt op bepaalde eigenschappen van kankercellen en heeft daarom soms minder effecten op de omliggende gezonde weefsels.
Blokkers van tumorfouten9,14
Heel wat van de doelgerichte behandelingen vallen specifieke ‘tumorfouten’ aan. Deze fouten treden op tijdens de ontwikkeling van de kanker en kunnen ervoor zorgen dat de kankercellen blijven groeien en delen. Doelgerichte therapie kan deze processen remmen. Bij blaaskanker is er bijvoorbeeld een geneesmiddel dat enkel werkt als de kankercel een bepaalde verandering heeft in een eiwit dat FGFR (fibroblast growth factor receptor) heet. Niet alle blaaskankers hebben deze specifieke verandering, daarom zal je arts eerst een test doen om te kijken of jouw kankercellen deze verandering hebben en of je dus in aanmerking komt voor deze behandeling.
Antilichaam-geneesmiddel conjugaten9,15
Antibody drug conjugates (ADCs), vrij vertaald naar antilichaam-geneesmiddel conjugaten, zijn samengestelde geneesmiddelen. Ze bestaan uit een antilichaam dat gekoppeld is aan een celdodend middel. Het antilichaam geeft doelgerichtheid aan het geneesmiddel, het bindt zich aan welbepaalde eiwitten op de buitenkant van kankercellen. Zo komt het celdodende middel precies op de juiste plek terecht: de kankercel zelf. Daar kan het zijn werk doen en de cel vernietigen, terwijl gezonde cellen zoveel mogelijk worden gespaard. Een voorbeeld van zo’n gerichte therapie bij blaaskanker is een geneesmiddel dat zich richt op het eiwit Nectin-4, dat zich bevindt op de buitenkant van blaaskankercellen en levert zo de chemotherapie gericht af aan de kankercellen.
Immunotherapie
Deze therapie stimuleert het immuunsysteem om de kankercellen beter te herkennen en aan te vallen. Dit type therapie wordt uitgebreider besproken in de pagina over Immunotherapie.
Combinatie van 2 systemische behandelingen16-18
Uit recent onderzoek blijkt dat het voordelig is om Immunotherapie te combineren met een antilichaam-geneesmiddel conjugaat (en in bepaalde gevallen ook met chemotherapie).
Deze combinatie laat toe om de kankercellen van 2 kanten aan te vallen: rechtstreeks door het antilichaam-geneesmiddel conjugaat (of de chemotherapie) en onrechtstreeks door het eigen immuunsysteem te activeren om mee te vechten tegen de kanker.
4. Combinatie van Cystectomie met een systemische behandeling9,19-20
Systemische therapie kan voor en/of na een lokale therapie toegediend worden.
Toediening van een systemische therapie voor de operatie heeft tot doel om de tumor te doen krimpen en het verwijderen gemakkelijker te maken. Hiernaast kan een systemische therapie voor de operatie, maar ook na de operatie de tumorcellen die reeds ontsnapt zijn uit de blaas vernietigen en zo het risico op herval verkleinen.
Inderdaad, bij sommige patiënten ziet het multidisciplinair team op de CT-scan enkel een tumor in de blaas, maar zijn er toch reeds enkele kankercellen ontsnapt uit de blaas naar andere plaatsen van het lichaam, zoals bijvoorbeeld in het bloed of de lymfeklieren. Dit komt omdat de kankercellen microscopisch klein zijn en zelfs de CT-scan niet tot op dit niveau van detail in de weefsels kan kijken. Het is pas wanneer de kankercellen zich verder vermenigvuldigen en er zich een groepje kankercellen vormt dat ze op de CT-beeldvorming zichtbaar worden. Het verwijderen of vernietigen van deze ontsnapte kankercellen is belangrijk, aangezien deze op termijn kunnen uitgroeien tot een uitzaaiing en voor herval zorgen.
Uw arts zal aan de hand van de kenmerken van uw kanker en microscopisch onderzoek van het tumorweefsel inschatten hoe groot de kans is dat kankercellen uit de blaas zijn ontsnapt.
5. Klinisch-wetenschappelijk onderzoek9
Elke dag zijn onderzoekers in de weer om blaaskanker beter te begrijpen. Dit laat toe om nieuwe therapieën te ontwikkelen.
Klinische studies zijn de enige manier waarop onderzoekers kunnen nagaan of een nieuwe behandeling, zoals een nieuw geneesmiddel, veilig en werkzaam is bij de mens.
Aanvullende informatie
Wil je graag meer weten over de behandeling van blaaskanker? Bezoek dan zeker de volgende websites:
- De stichting tegen kanker: https://kanker.be/resource/immunotherapie/
- Kom op tegen kanker: www.allesoverkanker.be/blaaskanker
- Kanker.nl: www.kanker.nl/kankersoorten/blaaskanker
- Meer informatie over klinische studies die lopen in België: www.cancertrials.be
- Medscape. Bladder Anatomy: Overview. Bladder Anatomy: Overview, Gross Anatomy, Microscopic Anatomy (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- National Institute of Diabetes, Digestive and Kidney Diseases (NIDDK). The Urinary Tract & How It Works. The Urinary Tract & How It Works – NIDDK (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- Kanker.nl. Informatie over de blaas. Blaaskanker? Lees betrouwbare info – kanker.nl (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- Union Internationale Contre le Cancer (UICC). Qu’est-ce que le cancer? Qu’est-ce que le cancer ? | World Cancer Day (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- National Cancer Institute (NCI). What Is Bladder Cancer? What Is Bladder Cancer? – NCI (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- Gluck G, Hortopan M, Stănculeanu D, Chiriţă, M, Stoica R, Sinescu I. Comparative study of conventional urothelial carcinoma, squamous differentiation carcinoma and pure squamous carcinoma in patients with invasive bladder tumors. J Med Life. 2014 Jun 15;7(2):211-4.
- American Cancer Society. Cancer Staging. Cancer Staging | Has Cancer Spread | Cancer Prognosis | American Cancer Society (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- National Cancer Institute (NCI). Bladder Cancer Stages – NCI (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- American Cancer Society. Treating Bladder Cancer. Treating Bladder Cancer | Bladder Cancer Treatment | American Cancer Society (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- Kanker.nl. Behandelingen bij blaaskanker. Behandeling van blaaskanker | Kanker.nl (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- MyBladderCancerTeam. Trimodality Therapy for Bladder Cancer: Is It Effective? Trimodality Therapy for Bladder Cancer: Is It Effective? | MyBladderCancerTeam (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- The Britisch Association of Urological Surgeons. Transurothelial Telescopic Resection of a Bladder Tumor. Bladder tumour resection.pdf (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- The Cancer Council. Understanding targeted therapy. Understanding Targeted Therapy (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- Kom op tegen Kanker. Doelgerichte therapie. Doelgerichte therapie | Kom op tegen Kanker (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- Fu, Z., Li, S., Han, S. et al. Antibody drug conjugate: the “biological missile” for targeted cancer therapy. Sig Transduct Target Ther 7, 93 (2022).
- Powles T, et al. NEJM. Enfortumab Vedotin and Pembrolizumab in Untreated Advanced Urothelial Cancer. 2024;390:875-888.
- Van der Heijden MS, et al. Nivolumab plus Gemcitabine-Cisplatin in Advanced Urothelial Carcinoma. N Engl J Med 2023;389(19):1778-89.
- Powles T, Et al. Avelumab Maintenance Therapy for Advanced or Metastatic Urothelial Carcinoma NEJM. 2020;383:1218-1230.
- Zhang Z, Fan W, Deng Q, Tang S, Wang P, Xu P, Wang J, Yu M. The prognostic and diagnostic value of circulating tumor cells in bladder cancer and upper tract urothelial carcinoma: a meta-analysis of 30 published studies. Oncotarget. 2017 Jun 16;8(35):59527-59538.
- Kurahashi T, Hara I, Oka N, Kamidono S, Eto H, Miyake H. Detection of micrometastases in pelvic lymph nodes in patients undergoing radical cystectomy for locally invasive bladder cancer by real-time reverse transcriptase-PCR for cytokeratin 19 and uroplakin II. Clin Cancer Res. 2005 May 15;11(10):3773-7.
- Understanding Cancer Immunotherapy Research (UCIR). T cells: Warriors of the immune system | UCIR (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- National Cancer Institute (NCI) Immune Checkpoint Inhibitors. https://www.cancer.gov/about-cancer/treatment/types/immunotherapy/checkpoint-inhibitors (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- Cancer Research UK. Checkpoint Inhibitors. Checkpoint inhibitors | Types of immunotherapy | Cancer Research UK (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- European Society for Medical Oncology (ESMO). Patient guide on immunotherapy-related side effects and their management https://www.esmo.org/for-patients/patient-guides/patient-guide-on-immunotherapy-related-side-effects-and-their-management (laatst geraadpleegd op 08/2026)
- Kanker.nl. Bijwerkingen van immunotherapie. Bijwerkingen van immunotherapie | Kanker.nl (laatst geraadpleegd op 08/2026)